Actualiteit Automaterialen en gereedschappen

Congres FAM: reageren of verdwijnen!

In het zog van de recente AutoTechnica-beurs heeft de Federatie Automateriaal (FAM) haar eerste congres gehouden met als thema de digitale evolutie in onze sectoren. Deze evolutie zou wel eens enkel de autoconstructeurs ten goede kunnen komen, als men hen laat begaan. 

De betoging van de taxichauffeurs zorgde op 27 maart voor de nodige verkeersellende maar desondanks waren 200 mensen aanwezig in het auditorium 500 van Brussels Expo. Dat was voor deze eerste editie alvast een groot succes.

Na een korte welkomstspeech gaven Voorzitter Didier Perwez en Algemeen Secretaris Maarten Voet onmiddellijk het woord aan een expert die de veranderingen en dus ook de uitdagingen voor de autoverkoop en -herstelling op de voet volgt, namelijk Neil Pattemore, Technical Director van EGEA en FIGIEFA. 

‘Our world is changing’

Zoals Neil Pattemore het perfect verwoordde is de auto van morgen een ‘communicerende’ auto en dat zal de huidige businessmodellen ernstig verstoren.

Met zijn veelheid aan sensoren zal de auto van morgen een panne of de noodzaak voor een onderhoud kunnen detecteren en er vervolgens voor zorgen dat zijn gebruiker minder tijd verliest bij het zoeken naar of wachten op de toepasselijke diensten. Bovendien zou – let op de voorwaardelijke wijs – het de gebruiker geld besparen. Dit levert een fraai plaatje op maar niet voor professionals als u, die zomaar buitenspel zouden kunnen worden gezet ... 

Big data, big money

Embedded predictive monitoring (ingebouwd voorspellend toezicht) impliceert dat verschillende afgeleide prestaties zullen verdwijnen en de facto een erg gevoelige afname van de opbrengsten voor de traditionele spelers actief in onderhoud en herstellingen.

De technologie staat niet stil, dat moeten we misschien aanvaarden, maar dan moet deze technologische evolutie ook toegankelijk zijn voor iedereen. Dat is echter lang niet zeker.

Het is een publiek geheim dat de autoconstructeurs al jaren op alle mogelijke manieren de toegang tot de technische informatie trachten te beperken terwijl die nochtans vereist is voor een goed onderhoud en adequate herstelling van hun voertuigen.

Nu proberen ze met dezelfde vastberadenheid de ‘big data’ voor zichzelf te houden en dat kan een heel grote bron van inkomsten worden. We moeten reageren!  

Virtueel goud

Elke dag produceren we miljarden digitale gegevens door op internet te surfen en door te communiceren via sociale netwerken. Binnenkort wordt elke voertuig ook een vector van die kostbare gegevens die we gezamenlijk de Big Data noemen. Na de nodige verwerking bieden deze gegevens een heleboel inlichtingen over onze gewoontes en ons gedrag. Ze zijn een waardevolle ondersteuning voor de productie en de verkoop van goederen en diensten. Het is kortom virtueel goud voor elke activiteit gebaseerd op prospectie en zelfs voor de politiek zoals de recente toestanden bij Facebook duidelijk maken.

De autoconstructeurs hebben dit enorme potentieel van de Big Data perfect begrepen. Ze kunnen deze Big Data rechtstreeks inzetten in het kader van hun activiteiten maar ze kunnen die gegevens ook delen met externe partners die al even geïnteresseerd zijn in onze klantenprofielen. Het is kortom geen mysterie waarom ze weigerachtig staan tegenover het idee deze gegevens, deels of geheel ‘gratis’ te delen ... 

Machtsstrijd

De machtsstrijd over de OBD-stekker die constructeurs al jarenlang lijnrecht tegenover garagehouders plaatst, dreigt op korte termijn een vervolg te krijgen wat betreft de toegang tot de ‘Big Data’ betreft.

Nu al hebben de gegevens die we quasi constant genereren via allerhande digitale toestellen een onvergelijkbare commerciële waarde.

De gegevens op basis van ons internetgebruik of het gebruik van onze smartphone, om er maar twee te noemen, maken het mogelijk een bijna foutloos beeld te vormen van elk individu. Deze gegevens zijn cruciaal voor een heleboel commerciële activiteiten, ook voor de uwe. Wie deze gegevens bezit, kan zich in realiteit het publiek toe-eigenen waar ze van afkomstig zijn.
Om uw belangen in deze kwestie te verdedigen kan u gelukkig rekenen op het werk van verschillende Europese organisaties. EGEA groepeert de leveranciers van uitrustingen voor garagehouders; FIGIEFA vertegenwoordigt de onafhankelijke verdelers van auto-onderdelen en CECRA is de vereniging van autodealers, -verdelers en -herstellers. TRAXIO zit uiteraard mee aan tafel in het comité van al deze federaties ... 

Drievoudige eis

Net zoals Neil Pattemore benadrukte, gaat de discussie niet langer enkel over de toegang tot de technische gegevens van een voertuig. Onze sectoren eisen tevens de mogelijkheid vrij te kunnen communiceren met het voertuig en bovendien ook met de gebruiker. Dit zijn drie eisen die niet los van elkaar kunnen worden gezien als we de toekomst van onze leden willen vrijwaren en hen in staat willen stellen met dezelfde middelen te werken als de constructeurs.

Er bestaan uiteraard IT-oplossingen om deze doelstelling te realiseren maar er is nog een institutioneel en wettelijk kader nodig om ze op te leggen aan alle partijen.

AFCAR, de alliantie die met name de federaties hierboven groepeert, heeft de kwestie al voorgelegd aan de Europese instanties zodat ze er regels over zouden opstellen en ze zal dat blijven doen. Tot besluit bracht Neil Pattermore een belangrijk adagium in herinnering, namelijk “united we stand, divided we fall”. 

Samen sterker

De belangen die CECRA, EGEA en FIGIEFA verdedigen, gaan verder dan louter de sectoren van de verkoop, het onderhoud en de herstelling van auto’s. Daarom is een 20-tal jaar geleden al de Alliance for the Freedom of Car Repair in Europe (AFCAR) opgericht.

AFCAR is een feitelijke vereniging en omvat ook de Europese organisaties die de carrosserieherstellers (AIRC), de wegenhulp- en depannagemaatschappijen (FIA) en de onafhankelijke uitgevers van data (ADPA) vertegenwoordigen.

Het is weliswaar een informele organisatie maar ze vertegenwoordigt niettemin 500.000 bedrijven met 3,5 miljoen medewerkers en een park van 284 miljoen verkochte en onderhouden voertuigen. Een gesprekspartner met invloed!

Eindelijk een gunstig advies

Na dit pleidooi noemde Didier Perwez ook in de marge nog een dossier waarvan het belang op nationaal niveau aanzienlijk is. De deelnemers konden met genoegen kennisnemen van het feit dat de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer uiteindelijk een gunstig advies heeft gegeven wat het gebruik van nummerplaten eerder dan chassisnummers van ingeschreven voertuigen in België betreft, onder bepaalde omstandigheden. Dit is een belangrijke stap in een dossier dat al jaren loopt.

Daarnaast stelde Maarten Voet het Eco-onderhoud voor. Dit label wordt al gebruikt in Frankrijk en zal ook in België worden ontwikkeld.

Op basis van een regelmatige diagnose van de volledige keten van de verbrandingsmotor kunnen hiermee onderhouds-, herstel- of vervangprestaties worden geleverd die een lager verbruik en bijgevolg ook een lagere uitstoot van verontreinigende stoffen garanderen. Binnen de huidige context is dat zeker een waardevolle evolutie. Het Eco-onderhoudslabel zal ongetwijfeld een van de waarden zijn waarin de leden van FAM zich kunnen vinden. 

Huldiging

Om de vergadering in schoonheid af te sluiten voor samen met de deelnemers een glas te drinken, huldigden Didier Perwez en Maarten Voet ook nog al het werk dat Ludo Janssens gedurende zijn mandaat als voorzitter van FAM heeft geleverd. Hij mag zich nu erevoorzitter noemen.

Ook werden Sylvia Gotzen, CEO van FIGIEFA, en Eleonore van Haute, Algemeen Secretaris van EGEA, gehuldigd voor hun jarenlange tomeloze inzet om de belangen te verdedigen van de bedrijven uit onze sectoren.

Kennen en leren kennen

De AutoTechnica-beurs bood de federatie FAM ook de mogelijkheid officieel haar Professioneel Charter te onthullen. Het is een belangrijk document. Door de verschillende punten ervan te aanvaarden, engageren de leden zich om alle deontologische regels van het beroep na te leven.

Dit charter garandeert de klant kwaliteit. De klant verwacht van zijn dienstverlener niet alleen dat hij werkt volgens de regels maar ook met gekwalificeerd personeel en met onderdelen waarvan de kwaliteit conform de technische vereisten van de constructeur is.