Dossier Mobiliteit

Dossier mooiste ateliers: Dicar

Op 15 jaar tijd is Dicar niet enkel in België maar in gans Europa uitgegroeid tot het grootste bedrijf op het gebied van motorhomes. 

Jaarlijks worden ongeveer 1.900 nieuwe en tweedehandse motorhomes verkocht. Wat de nieuwverkoop betreft, vertegenwoordigt Dicar meer dan 18 merken voor motorhomes en 3 voor caravans. In België telt het bedrijf 4 vestigingen. Twee daarvan zijn in Wallonië (Hainaut) met name in Charleroi en Luik. De andere zijn in Vlaanderen met een afdeling in Drongen nabij Gent maar de belangrijkste locatie is ongetwijfeld die in Geel. Hoe is het allemaal begonnen?

Het bedrijf is in 1988 opgestart door Dirk Van Eyck. In het begin was de specialisatie tweedehandse personenwagen en vrachtwagens. In 2003 is hoofdzakelijk overgeschakeld op motorhomes. Dit is een markt die in volle expansie was en blijft. Motorhome-eigenaars zijn vaak levensgenieters die Europa willen ontdekken, veelal 50-plussers.

Volgens zaakvoerder Louis Van Eyck wordt bij Dicar gekozen voor een grote voorraad voertuigen, ongeveer 500 in Vlaanderen en 300 in Wallonië : “Dat maakt een snelle levering mogelijk maar zorgt er ook voor dat de potentiële koper beter kan kiezen omdat hij zich niet louter moet baseren op wat in brochures staat. Door de grote bestellingen kan Dicar ook de fabrikant aanmanen om de uitrusting en de aankleding van de voertuigen aan te passen naar de noden van de Belgische motorhomegebruiker .”

Dicar heeft een bijzonder ruime werkplaats met meer dan 40 toegewijde techniekers. Het bedrijf spitst zich vooral toe op het onderhoud en het herstel van het woongedeelte van de motorhome en ook het monteren van accessoires zoals onder meer schotelantennes, zonnepanelen en fietsendragers. In de werkplaats zijn speciale afdelingen voor elektriciteit, water, houtbewerking en carrosserie. Voor het onderhoud van de aandrijflijn rekent Dicar op de merkverdelers, overwegend Fiat, Citroën en Ford. Bij tweedehandsvoertuigen wordt wel aan de aandrijflijn gewerkt.    

 

JZ

 

Foto: Thierry Dricot