Actualiteit Mobiliteit

Mobiliteitsbudget

De regering heeft in de maand maart een aantal beslissingen genomen in de nu al lang aanslepende zoektocht naar maatregelen om alternatieven voor de bedrijfswagen uit te dokteren. 

Sinds vorig jaar kondigde de regering aan dat ze werknemers met een bedrijfswagen zou aanmoedigen te kiezen een andere vervoersmodus om naar het werk te gaan of  gewoon te kiezen voor meer nettoloon (cash for car). 

Dit laatste werd uiteindelijk omgedoopt tot ‘mobiliteitsvergoeding’ en in werking met terugwerkende kracht sinds 1 januari 2018. Onder druk van de sociale partners bereikte de regering alsnog een princiepsakkoord over het zogenaamde ‘mobiliteitsbudget’  waarbij dit fiscaal neutrale budget kan gebruikt worden voor een milieuvriendelijkere meestal kleinere auto met een invulling van het saldo gespreid over één of meerdere duurzame mobiliteitsalternatieven. Beide systemen zouden gelijktijdig ingevoerd worden voor de werkgevers en op termijn misschien geïntegreerd worden. 

Het wordt voor werkgevers en mobiliteitsproviders maar ook voor sociale secretariaten een moeilijke klus om met de werknemer te kijken wat de meest aantrekkelijke formule is  en waar de financiële voor- en nadelen zitten. 

Nadia Van Nieuwenhuijsen, hoofdadviseur sociale wetgeving van de TRAXIO-studiedienst, bestudeerde de verschillende opties en vergeleek ze met elkaar. ( zie infobulletin van april)

Eén ding is zeker: de werknemer trekt aan het kortste einde, waardoor de adepten voor een mobiliteitsvergoeding niet talrijk zullen zijn. FOD Economie denkt optimistisch wel dat 3 tot 9% van de gezinnen voor een ‘cash for car’-oplossing zullen kiezen, maar dat is twijfelachtig. 

Als TRAXIO streefden we met de andere automotive federaties (RENTA, FEBIAC en Fleet & Mobility) naar een efficiënt kostenneutraal ( voor de werkgever en werknemer) duurzaam instrument voor alle werknemers (ook zij zonder bedrijfswagen, er zijn nog alternatieven zoals de bedrijfsfiets, scooter,...) waarop een vereenvoudigd (para)fiscaal kader aansluit. 

Wat voorligt is niet echt waar we van droomden als mobiliteitsproviders en de complexiteit van wat komt voorspelt enkel meer administratie, meer kosten voor werkgevers en meer discussies met werknemers omwille van een bijzonder ingewikkeld rekenkundig kluwen voor wat het mobiliteitsbudget betreft en een onaantrekkelijke ‘cash for car’-regeling. Hoe de vakbonden hierover denken is nog niet duidelijk. 

TRAXIO roept de politiek op om toch verder werk te maken van een optimaal inzetten van een modern openbaar vervoer met aandacht voor een hoogwaardig voor- en natransport ( last mile) met duurzame tweewieler en/of bedrijfs-, pool- of deelauto. Dit alles gekoppeld aan betere ontsluiting van de knooppunten van openbaar vervoer, meer veilige fietsstallingen, pendelparkings en laadpunten. Dit alles om het multimodaal vervoer mogelijk te maken.