Welke invloed heeft tijdelijke werkloosheid wegens overmacht op de opzeggingstermijn?

Het ontslag van een aantal medewerkers bij schoenenwinkelketen TORFS was de aanleiding van een wetsvoorstel om de opzeggingstermijn, bij opzegging door de werkgever, niet meer te laten lopen tijdens de periode tijdelijke werkloosheid door overmacht.  De betrokken werknemers kregen intussen van de overheid een uitkering voor tijdelijke werkloosheid en bij de hervatting van de werkzaamheden nam de onderneming de vergoeding voor de resterende opzeg op zich.

De nieuwe regeling zou retroactief gelden vanaf 1 maart 2020, maar de Raad van State heeft zich hierover negatief uitgesproken. Retroactieve wetten leiden tot grote rechtsonzekerheid en zijn enkel verantwoord wanneer zij onontbeerlijk zijn voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang.  De Raad van State is van oordeel dat die doelstelling hier niet aanwezig is.

De definitieve versie van de wettekst bevat geen retroactieve bepalingen meer.

Concreet?

De opzeggingstermijn die inging vanaf 1 maart 2020 en die

  • reeds is afgelopen op 22 juni 2020, wordt niet geschorst omwille van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘corona’;
  • nog loopt op 22 juni 2020, wordt geschorst omwille van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht – ‘corona’ die zich voordoen vanaf 22 juni 2020. De periodes tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘corona’ die zich hebben voorgedaan vóór 22 juni 2020 schorsen de opzegtermijn niet;
  • De opzeggingstermijn die ingaat vanaf 22 juni wordt geschorst omwille van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘corona’.

Bij opzegging door de werknemer gegeven vóór of tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid overmacht ‘corona’ loopt de opzeggingstermijn door tijdens die schorsing. 

 

Laatste update: 10/08/2020