03/08/2018

Mobiliteitsbudget: waarover spreken we?

Mobiliteitsbudget: waarover spreken we?

Eind maart informeerden we onze leden al over de (eerste) princiepsbeslissing van de federale regering over het mobiliteitsbudget: de mogelijkheid om een bedrijfswagen om te zetten in een palet aan mobiliteitsoplossingen (waaronder bijvoorbeeld een milieuvriendelijkere bedrijfswagen aangevuld met bijvoorbeeld duurzame vervoersmiddelen). 

Dat systeem komt naast het al bestaande systeem van de mobiliteitsvergoeding (cash-for-car) waarbij een bedrijfswagen kan omgezet worden in cash.

Wat is er beslist?

De federale regering heeft de teksten van het mobiliteitsbudget nu in eerste lezing goedgekeurd.  Inhoudelijk is er niets gewijzigd aan de versie die we eind maart doorstuurden, al is er een belangrijke norm ingesteld over wat een milieuvriendelijke bedrijfswagen nu feitelijk is.  Een aantal details:

  • Het mobiliteitsbudget komt overeen met het jaarlijkse brutobedrag voor de bedrijfswagen waarover de werknemer beschikte (of aanspraak kon maken) en waarop de fiscale, sociaalrechtelijke en arbeidsrechtelijke regels van toepassing waren.  Met inbegrip van de financieringskosten, brandstofkosten en solidariteitsbijdrage.  Bij promotie kan het mobiliteitsbudget verhoogd worden.
      
  • Dit budget mag gespendeerd worden aan een milieuvriendelijkere bedrijfswagen en duurzame vervoersmiddelen.  Het restbedrag mag cash uitgekeerd worden. 
      
  • Wordt verstaan onder een milieuvriendelijkere bedrijfswagen: een elektrisch voertuig, of een wagen die maximum 95 gram CO2-uitstoot EN voldoet aan de laatste euronorm (met uitzondering van einde reeksen).  Bij plug-in hybrides wordt opnieuw de regel gehanteerd dat de elektrische batterij minstens 0,5 kWh per 100 kilogram autogewicht moet hebben.
      
  • Duurzame vervoersmiddelen zijn
    • (gemotoriseerde) rijwielen, bromfietsen, elektrische motorfietsen en voortbewegingstoestellen.  Zowel aankoop, onderhoud en verplichte uitrusting
    • Abonnementen voor openbaar vervoer op naam van de werknemer, en biljetten voor openbaar vervoer in Europa
    • Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
    • Deeloplossingen zoals carpoolen, autodelen
    • taxivervoer, autoverhuur-met-chauffeur

            De middelen die in deze pijler besteed worden mogen ook gebruikt worden voor huur en                 hypothecaire intresten, indien de woning binnen de 5 kilometer van het werk gelegen is.

  • Voorwaarden voor het mobiliteitsbudget:
    • De werkgever beslist over de invoering, al dan niet met bijkomende voorwaarden
    • Invoering is enkel mogelijk bij bedrijven waar reeds bedrijfswagens werden toegekend, minstens 36 maanden. 
    • Enkel voor werknemers waar een bedrijfswagen deel uitmaakt van hun functiecategorie, en die reeds 12 maanden deze bedrijfswagen gebruikten
    • Niet cumuleerbaar met andere (verplaatsings)vergoedingen of (-)voordelen
        

Is dit definitief?

Neen.  De Raad van State, de regering (in tweede lezing) en het parlement moeten zich hier nog over uitspreken. Er wordt evenwel weinig oppositie verwacht.

Wat is de timing?

In tegenstelling tot wat er in de pers verscheen, is het de wens van de regering om dit in te voeren tegen 1 oktober 2018.  Of dat realistisch is, zal nog moeten blijken. 

Wat is onze visie?

TRAXIO heeft zich steeds tegen de mobiliteitsVERGOEDING uitgesproken (wegens geen oplossing voor de emissie en geen oplossing voor de congestie).  Omdat de mobiliteitsvergoeding ook geen oplossing biedt voor de mobiliteitsvraag hoeft het niet te verbazen dat de mobiliteitsvergoeding tot nu toe geen succes gebleken is. 

Wat het bovenliggende mobiliteitsBUDGET daarentegen zijn we veel meer te spreken.  De voorziene middelen voor mobiliteit blijven in de sector, en dit systeem vormt veel meer een oplossing voor emissie en congestie.  De opname van huur en hypotheek was voor TRAXIO geen noodzaak, maar gelet op de strenge voorwaarde van 5 kilometer zal de impact hiervan verwaarloosbaar zijn. 

Het blijft evenwel uitkijken naar de impact op de aankoop van milieuvriendelijkere voertuigen.  Zolang de total cost of ownership van de elektrische voertuigen significant hoger ligt dan de klassieke verbrandingsmotoren is een overstap van deze laatste naar een elektrisch voertuig uitgesloten.  Een overstap naar een voertuig met 95 gram CO2 of minder is budgettair wel haalbaar, maar de keuze is niet evident.  Momenteel voldoet slechts 11 % van het wagenpark aan deze voorwaarde.  Gelet op de intrede van WLTP-voertuigen zal het enkel moeilijker worden in de toekomst om een voertuig met klassieke verbrandingsmotor te nemen.  Het aantal hybridevoertuigen tot slot dat jaar na jaar met een procentpunt toeneemt, zal vermoedelijk meest gebaat zijn bij deze maatregel. 

Meer informatie?

Pieter Van Bastelaere, Public Affairs TRAXIO
+32 486 30 65 32 
pieter.vanbastelaere@traxio.be 

Gerelateerde artikels/infobulletins

“Cash for car” doodsteek voor echt mobiliteitsbudget

“Cash for car” doodsteek voor echt mobiliteitsbudget

De ontgoocheling bij de mobiliteitsorganisaties is groot na de kennisname van de ontwerptekst van het regeringsvoorstel betreffende het mobiliteitsbu…

Persberichten