;
Ambitieuze maar onbetaalbare mobiliteitsplannen in Brussel
Lobby

Ambitieuze maar onbetaalbare mobiliteitsplannen in Brussel

17/09/2019

De Brusselse regering heeft haar algemene beleidsverklaring gepubliceerd voor de legislatuur 2019-2024 en wij hebben in het bijzonder stilgestaan bij het mobiliteitsluik.

Het mobiliteitsbeleid wil doorgaan als bijzonder ambitieus en bevestigt heel duidelijk de wil van de regering om het modale aandeel van de mobiliteit zo snel mogelijk met 10 % te verminderen door alle middelen in te zetten: fiscaliteit, parking, wegcode en hoofdzakelijk bestraffing. Deze verkleining van het park zou, zo zegt men ons, de opstoppingen met 40 % moeten verbeteren. Het erkende doel is daarentegen om het autogebruik in Brussel tegen 2030 met 75 % terug te schroeven, en om diesel te bannen binnen dezelfde termijn, en de termijn voor benzine en lpg werden vastgelegd op 2035.

Tegelijkertijd wordt er voor elk alternatief project dat gebonden is aan openbaar vervoer, fiets, taxi en waterwegen... systematisch gepreciseerd dat “het gewest zal zorgen voor de nodige menselijke en budgettaire middelen om het snel, soepel en volledig uit te voeren.”

Laten we noteren dat de projecten zelf extreem ambitieus zijn: veralgemening van de zone 30, versterking van de menselijke en elektronische controles, inrichting van de openbare ruimte, subsidie aan de gemeentes, stijging van de verkeersveiligheid en de signalisatie, hervorming van de rijopleiding, toegenomen ondersteuning voor de verkeersslachtoffers, “enorme investering in een actief mobiliteitsbeleid en in een netwerk van openbaar vervoer”, inrichting van nieuwe verbindingen voor voetgangers, ambitieus investeringsplan specifiek voor fietsinfrastructuren, verdubbeling van het modale deel voor fietsen binnen 5 jaar, creatie van fietsboxen, bewaakte en beveiligde parkings, herziening van de tramlijnen, tram (vanaf 2021), waterwegen, metro, bus (+30 %), gratis voor jongeren onder de 25 en 65-plussers, herziening van de premie Bruxell’air, vergoeding voor de taxibedrijven die zich terugtrekken, inrichting van de ring, ...

Op dit niveau, en in een enkele legislatuur, hebben we het recht om ons af te vragen welke menselijke en budgettaire middelen de regering zal inzetten!

TRAXIO ondersteunt uiteraard elk initiatief dat Brussel wil ontlasten, maar de vele plannen van de vorige legislaturen hebben ons geleerd om het onderscheid te maken tussen wil en verwezenlijking. Bovendien werd meestal het gratis en beperkende gedeelte uitgevoerd, terwijl de oplossingen altijd op zich lieten wachten.

Ook zullen we erover waken om zo vaak als nodig te herhalen dat onze confederatie wenst dat er eerst alternatieve vervoermiddelen ingezet worden en dat nadien pas de verboden, schrappingen en verminderingen van allerlei aard volgen, die bepaald worden in deze verklaring.

Wat het fiscale luik betreft, dat heeft als titel: “Een autofiscaliteit die bijdraagt tot een mentaliteitswijziging”.

Moeten we daaronder een ontradende autofiscaliteit begrijpen? Want verder lezen we:

“... terwijl we er intussen voor zorgen dat ze geen negatieve sociale impact heeft.” En het is behoorlijk tegenstrijdig.

De regering bevestigt opnieuw de wil om tot een samenwerkingsakkoord tussen de gewesten te komen om een intelligente kilometerheffing in te voeren die de huidige belasting moet vervangen.

Op het vlak van de belasting op inverkeerstelling pleit de regering voor een grotere stijging naargelang de milieuprestaties, wat logisch lijkt. De keuze van de variabelen daarentegen (gewicht, werkelijk vermogen en gebruikt brandstoftype) lijkt ons er een beetje over. Waarom zich druk maken om criteria die al opgenomen zijn in de tests en dus in de Euronormen, in plaats van vast te houden aan het nagestreefde doel: namelijk de hoeveelheid vervuilende emissies?

Zich richten op één specifieke brandstof, dat is ook het risico nemen om de fiscaliteit volledig te moeten herzien als de technologie evolueert.

Wat de verkeersbelasting betreft: “Ze zal herzien worden in verband met de doelstellingen van de lage-emissiezones en steunen op de technologie. Dit stelsel zal zich richten op alle voertuigen die in Brussel rijden en zal aangepast worden aan het gebruik om de auto-opstoppingen te beperken, vooral tijdens het spitsuur. Daarvoor zal de regering een netwerk ontwikkelen met ANPR-camera’s.”

Vanuit ons standpunt gaat het daar om de definitie van de kilometerfiscaliteit en niet om die van de verkeersbelasting. En we zien niet hoe ze ingevoerd zou kunnen worden voordat er een akkoord gesloten wordt tussen de drie gewesten... waarvan er twee zelfs nog geen regering hebben. Bovendien kunnen we enkele regels hoger lezen dat de kilometerheffing de huidige belasting zou moeten vervangen, dus ook de belasting op inverkeerstelling, wat niet samengaat met de ambities van de belasting op inverkeerstelling die vermeld werden in de vorige paragraaf.

Tot slot ambieert de Waalse regering om de lage-emissiezones sneller in te voeren, door een dieselverbod in 2030 en een benzine- en lpg-verbod in 2035.

Vanaf 2020 zullen er nieuwe stappen bepaald worden voor elke voertuigsoort voor de periode 2025-2035 op basis van het overleg 2019. Een strategisch LEZ-comité, samengesteld uit onafhankelijke deskundigen, zal opgericht worden om aanbevelingen te doen over de evolutie en de gepastheid van de voorziene beperkingen.

Laten we hopen dat deze deskundigen ook gerekruteerd worden in de industriewereld om te vermijden dat bepaalde beslissingen genomen zouden worden zonder dat er een oplossing bestaat vanuit technologisch oogpunt.

De regering zal aanmoedigen dat de netto-inkomsten uit deze hervormingen prioritair gebruikt worden voor de financiering van het mobiliteitsbeleid... dat is een schitterende intentie, vermits de exuberante bedragen die voorzien zijn vanuit budgettair standpunt een ongeziene vindingrijkheid zullen vereisen. Het wordt een moeilijke opdracht voor TRAXIO: ervoor zorgen dat de impact voor onze leden beperkt blijft, tot een realistisch debat komen voor elk van de punten die vermeld worden in de verklaring en het belang van onze beroepen laten gelden binnen het budgettaire evenwicht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.