Dossier Mobiliteit

De ins en outs van de garantieverzekeringen

16/09/2020

Buiten de wettelijke garantie van twee jaar geven veel autoconstructeurs, merkgarages (en onafhankelijke dealers) hun klanten nog een bijkomende garantieperiode. Om die periode financieel af te dekken, kunnen ze een beroep doen op een garantieverzekeraar. Hoe zit deze markt in elkaar, hoe werkt het en wat zijn de voorwaarden?

Wat een garantieverzekeraar precies doet, is snel uitgelegd, zegt Wim Vanackere, General Manager van Real Garant Benelux, een van de grote spelers op deze markt. “Autoverkopers kunnen zich bij ons verzekeren voor de bijkomende garantieperiode die ze geven bovenop de wettelijke garantie van twee jaar en/of de langere garantieperiode die sommige merken zelf al voorzien. Bij occasies (waar normaliter één jaar wettelijke garantie geldt) kan dit uitgebreid worden tot maximaal vier jaar. Voor verkopers is dit uiteraard een mooi competitief voordeel. Als er in die periode een garantieherstelling moet gebeuren, wordt de volledige afwikkeling van de claim bij ons geregeld en betalen wij de factuur.”

Verschillende niveaus

De samenwerking tussen een garantieverzekeraar en een automerk kan ook op verschillende niveaus gebeuren. Een eerste niveau is het merkniveau. Real Garant verzorgt bijvoorbeeld de garanties van Porsche Approved-tweedehandswagens in 33 landen. Op invoerdersniveau heeft het bedrijf onder meer samenwerkingen met Mercedes BeLux en Jaguar Land Rover BeLux. Mercedes geeft drie jaar garantie op nieuwe wagens, de eerste twee jaar neemt het bedrijf zelf voor zijn rekening, het derde jaar is voor Real Garant. Daarnaast zijn er ook nog individuele samenwerkingen met onafhankelijke autoverkopers.

Voor concurrent CG Car Garantie ziet de situatie er min of meer gelijkaardig uit, zegt Benelux-directeur Luc Baetens. Zij werken onder meer samen met Volvo (voor Volvo Selekt) en PSA (Spoticar). Bij hen is het aandeel van onafhankelijke verdelers wel kleiner dan bij Real Garant, dat zo’n 500 van die onafhankelijke dealers in portefeuille heeft. “Veruit het grootste deel van ons zakencijfer, tot 90 %, realiseren we bij invoerders en merkdealers”, zegt Baetens. “Dat is historisch zo gegroeid. We werken ook wel samen met onafhankelijke verdelers, maar vaak gaat het dan om dealers die vroeger een merkgarage hadden en graag met ons verder willen.”

Kilowatt bepaalt premie

Hoe de voorwaarden van zo’n verzekering eruitzien, verschilt van klant tot klant, zegt Vanackere. “Voor onafhankelijke garagisten zijn er grosso modo drie grote zaken die de premies bepalen: de leeftijd van de auto, de kilometerstand en het aantal kilowatt. Maar daarbinnen is er ook heel veel ruimte voor maatwerk bij grotere volumes. Een klant kan bij ons alle richtingen uit en bepaalt zelf mee zijn premieniveau. We hebben basisprogramma’s waarbij we bijvoorbeeld enkel de motor en de versnellingsbak verzekeren, maar ook complete programma’s, inclusief alle moderne elektronica zoals navigatie en multimedia. In dat geval is er geen discussie meer mogelijk. Degressieve terugbetalingen van vervangen onderdelen (bijvoorbeeld: vanaf 100.000 kilometer wordt nog 80 % vergoed) zijn ook mogelijk. Bij de nationale merkenprogramma’s kunnen de tarieven ook op model- of uitrustingsniveau worden afgesproken.”

Ook bij CG is het aantal kilowatt van de wagen een belangrijke parameter, zegt Luc Baetens. “Dat en natuurlijk de garantieomvang die een klant kiest. Ook wij kunnen maatwerk bieden. Vaak werken wij ook met een collectief contract, een garantiepakket voor elke wagen die de klant verkoopt. Voor de rest proberen wij redelijk pragmatisch te werk te gaan. We werken vooral samen met kwalitatieve garages, mensen die een fatsoenlijk uitgeruste werkplaats hebben en op lange termijn denken. De mensen die vanuit hun tuinhuisje auto’s verkopen, zijn, met alle respect, ons publiek niet.”

Fragiele elektronica

Zowel CG als Real Garant zien elk jaar natuurlijk heel wat dossiers passeren. Wat zijn nu de meest voorkomende kwalen waarvoor hun tussenkomst wordt ingeroepen? “We zien naast de typische motor- en versnellingsbakbreuken toch een lichte evolutie in de tijd”, zegt Wim Vanackere. “Bij de oudere voertuigen zijn er klassiekers zoals de alternatoren, turbo’s en brandstofpompen die de geest geven. Bij wat jongere wagens zien we meer elektronicaproblemen en ecogerelateerde issues: EGR-kleppen/koelers, roetfilters en katalysatoren.”

“Ik zit al 17 jaar in de business en het soort problemen is eigenlijk niet zo gek veel veranderd in al die tijd”, aldus Baetens. “Pakweg het percentage motorbreuken is vrij stabiel gebleven. Wat wel veranderde, is de gemiddelde kostprijs per herstelling, die stijgt elk jaar. We zitten ook duidelijk in een wegwerpmaatschappij. Iets herstellen of reviseren, gebeurt bijna niet meer. Zodra men nog maar vermoedt dat er iets met de stuurdoos is: baf, meteen wordt die vervangen. En dan blijkt twee weken later natuurlijk dat het toch iets anders is.”

Een service waar CG veel belang aan hecht, is dat het zijn klanten een heel gedetailleerd inzicht in de herstellingen kan geven. “Dat gaat tot op het niveau van het chassisnummer”, zegt Baetens. “Hoeveel claims zijn er ingediend, voor wat allemaal, hoe oud was de wagen, hoeveel kilometer had hij, wat was de prijs… We houden dat niet bij om de premie voor de garagist op te drijven, maar wel om hem inzicht te geven: ben ik nog goed bezig? Als wagens heel vaak op korte tijd terug naar de garage moeten, is er misschien iemand in de werkplek die zijn job niet goed uitvoert. Op die manier kan je heel gemakkelijk het onderscheid maken tussen pech, een slechte voorbereiding bij de herstelling of misschien slechte batches van auto’s. Want dat bestaat ook nog altijd.”

Taxi’s en koeriers

Uitsluitingen hanteren de maatschappijen natuurlijk ook, al wordt ook daar pragmatisch mee omgegaan. “Typische uitsluitingen zijn bijvoorbeeld taxi’s en voertuigen van koerierdiensten. Daar doen we in veel gevallen niet aan mee, omdat anders de doorsneepremies te duur worden. Carrossiers of ombouwers kunnen we dan weer wel helpen, tenminste toch voor de mechanische, elektronische of elektrische gebreken van de automerkgebonden componenten. De motor van een mobilhome willen we gerust verzekeren, de keukenuitrusting logischerwijs niet”, zegt Wim Vanackere.

Eenzelfde geluid bij CG. “Taxi’s en koeriers doen we wel, maar dat zijn heel specifieke programma’s die we enkel aannemen als er voldoende volume is”, zegt Baetens. “Vrachtwagens nemen we ook maar aan tot 3,5 ton. Elektrische fietsen en motorfietsen doen we dan weer wel, dat is trouwens een boomende markt.”

Tot slot: de markt voor de garantieverzekeringen is behoorlijk klein en telt maar een handvol spelers. Waar ligt dat aan? Wim Vanackere: “Er zijn wel wat verzekeringsmaatschappijen die het “erbij nemen”, maar het is een nicheproduct waar wel heel wat specifieke kennis en ervaring voor nodig is. Dit is geen markt waar je als maatschappij snel even instapt. De enkele spelers die erin actief zijn, zijn vaak al meerdere decennia specifiek met garantieverzekeringen vertrouwd.”