Dossier Automaterialen en gereedschappen

De onafhankelijke aftermarket: markt in volle verandering

14/11/2018

De onafhankelijke aftermarket beleeft een bijzonder bewogen periode. De historische marktspelers en verkoopkanalen hebben het zwaar te verduren door de komst van grote groepen en 'pure players' die hun deel van de erg lucratieve taart opeisen. We schetsen een portret van de kentering in deze branche.

De Belgische aftermarket wordt voor een groot deel bepaald door  twee grote spelers, namelijk Doyen Auto, nu een filiaal van de Franse groep Autodis, en Van Heck Interpièces, verworven door de Amerikaanse reus LKQ Corporation. Rond die twee 'slokoppen' van de sector draaien kleinere entiteiten die evenzeer een belangrijke plaats innemen op de markt, met name Motorparts, actief in de Benelux, Krautli, lid van de groep Global One Automotive, Distrigo, de multimerken-onderdelenbranche van de autogroep PSA en Lewy’s Co. Deze markt vertegenwoordigt zowat € 500 mio omzet op jaarbasis en dat trekt tal van gegadigden aan.

De professionalisering van het vak

Didier Perwez, voorzitter van de Federatie Automateriaal (FAM) die alle groothandelaars en verdelers groepeert, vindt dat de branche een duidelijke boodschap moet verkondigen: “Wij verkopen onderdelen die identiek zijn aan het origineel maar in de verpakking van de leverancier! Dat is erg belangrijk want het brede publiek ziet ons vaak nog als een verkoper van minderwaardige onderdelen tegen korting. De definitie van wisselstukken is als dusdanig ingewikkeld (citaat) en de grens tussen een origineel onderdeel, een onderdeel dat overeenkomt met het origineel en een namaakonderdeel is soms heel dun." Die mengelmoes is volgens Didier Perwez deels het gevolg van het feit dat 'autogroothandelaar' geen erkend beroep is. Hij wil in de toekomst iets doen aan dit probleem. Het is een van de prioriteiten van zijn voorzitterschap. "De groothandelaars zitten momenteel verspreid over verschillende paritaire comités. FAM wil het beroep van groothandelaar in auto-onderdelen opwaarderen en de activiteit professionaliseren. Op de laatste AutoTechnica-beurs hebben we trouwens het Charter van de Groothandelaar uitgegeven waartoe de belangrijkste groepen al zijn toegetreden." Dit document zal de geloofwaardigheid van de professionals versterken en de onderhandelingen van de federatie met de overheid vereenvoudigen. Het voorziet dat de ondertekenaars slechts gehomologeerde onderdelen verdelen, originele stukken of met een gelijkwaardige kwaliteit, dat ze enkel personeel tewerkstellen dat gekwalificeerd is inzake de nieuwe technologieën; en dat ze wettelijk ingeschreven zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. "We onderhandelen nog met de instanties om onze leden toegang te verschaffen tot de voertuiggegevens via de nummerplaat en niet zoals vandaag via het chassisnummer." Dat zou een grote vereenvoudiging voor de groothandel betekenen en een aanzienlijke besparing opleveren. "In tegenstelling tot het VIN valt een nummerplaat makkelijk te onthouden. Iedereen kent zijn nummerplaat. Tegenwoordig worden soms onderdelen van verschillende types gemonteerd op hetzelfde model. Heel wat van onze leden leveren verschillende modellen en nemen vervolgens de modellen terug die niet overeenkomen. Toegang via de nummerplaat zorgt voor de onmiddellijke compatibiliteit van de stukken met het desbetreffende voertuig. Zonder officiële erkenning van het beroep blijft dat echter moeilijk. Die heen-en-weerbewegingen vertegenwoordigen nochtans 8 % van de € 500 mio omzet van de sector", weet Didier Perwez. 

De sector moet zich aanpassen 

De sector heeft sinds enkele jaren nieuwe concurrentie krijgen en dat maakt de aanpassing van de wetgeving nog belangrijker voor het netwerk van de onafhankelijke aftermarket. Die concurrentie heet het 'internet'. De bekendste websites zijn die van Mister-Auto, Yakarouler en Oscaro. Hun belangrijkste verkoopargument is de prijs. Dat zet de marges van de traditionele spelers onder druk. Tegenwoordig aarzelt niemand nog om de prijs online te vergelijken met die van de groothandelaars, vaak minder voordelig maar met het voordeel van onmiddellijke beschikbaarheid. Louter het prijsargument volstaat voorlopig niet om een beduidend deel van de klanten voor zich te winnen. Het marktaandeel in België ligt nog onder de 2 %. Maar ze blijven niettemin een bedreiging die in de gaten gehouden moet worden. "De jongere generaties zijn het gewoon via internet te bestellen, overal en op elk moment van de dag" verduidelijkt Didier Perwez. De groothandelaars moeten daarmee rekening houden. David Colantonio, Country Manager van Doyen Auto vindt dat ook: "Hun volumes blijven marginaal maar het internet vertegenwoordigt een belangrijke opportuniteit die we verder moeten ontwikkelen. De – online – winkel moet 24/7 beschikbaar zijn maar kan complementair zijn met de traditionele groothandel. Die kan adviseren en biedt het voordeel van nabijheid, in tegenstelling tot internet. We moeten nadenken over de manier waarop we die twee kunnen combineren, met name via een afhaaldienst in de winkel waarmee we onze groothandelaars kunnen opwaarderen." Autodis, de groep boven Doyen Auto, heeft al het voortouw genomen en heeft veel mensen verbaasd door in september een participatie van 4,95 % in Oscaro te nemen. Totaalbedrag van de transactie: 30 miljoen euro. Maar als we wat tussen de lijnen lezen, zien we dat deze participatie in de 'pure-player' eigenlijk maar een manier is voor de eerste om aanzienlijke verplichtingen van de tweede te dekken, waarvan het economische model met moeite levensvatbaar is. 

Data Wars 

Een andere uitdaging voor de sector is de ontwikkeling en binnenkort veralgemening van de geconnecteerde voertuigen. Die vooruitgang kan het werk in de garages vereenvoudigen en versoepelen omdat het voertuig dan in staat zal zijn zelf een behoefte aan een tussenkomst te bepalen, vanop afstand contact op te nemen met de werkplaats en een afspraak vast te leggen. De hersteller kan dan meteen een diagnose uitvoeren en de nodige onderdelen en tussenkomst voorbereiden, nog voor het voertuig zijn werkplaats binnenrolt. Dit kan de duur van de tussenkomst extra beperken en ook de kosten doen dalen. Zo luidt althans de theorie. FAM pleit ervoor dat de klant in dit hele proces vrij kan blijven kiezen wie zijn voertuig herstelt. Dat vereist uiteraard toegang tot de voertuiggegevens door de onafhankelijke garages en dat is vandaag niet mogelijk. FAM en TRAXIO pleiten via hun aanwezigheid in de Europese groeperingen EGEA (test- en garage-uitrusting), CECRA (dealers en herstellers) en FIGIEFA (onafhankelijke distributeurs van stukken) bij de Europese Commissie voor de realtime toegang tot de gegevens en parameters van de voertuigen. Dat is precies waar de constructeurs zich op dit moment tegen verzetten. Voor de onafhankelijke professionals is de toegang tot de data onontbeerlijk om met de voertuigen te kunnen communiceren en gebreken te detecteren, evenals om de bestuurder en zijn voertuig hierbij te betrekken. Dit veronderstelt het gebruik van een geïntegreerde handsfree voorziening wanneer een mankement optreedt. Zo niet zal dat de verbetering van het interventieproces in de niet-officiële netwerken snel op een muur botsten. De creatie van onafhankelijke servers lijkt TRAXIO en FAM daarom de meest billijke oplossing. Deze externe partij zou de gegevens kunnen centraliseren die worden verzameld bij de autoconstructeurs en vervolgens verantwoordelijk zijn voor de verdeling ervan naar de officiële netwerken, de onafhankelijke herstellers en de autocenters, zodat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld. Bij een defect kunnen allerhande werkplaatsen dan dezelfde diensten bieden als de dealers en de keuze aan de bestuurder laten in alle transparantie. 

Revolutie van de markt 

Het is duidelijk dat de aftermarket voor belangrijke uitdagingen staat. Alle spelers, zowel in het officiële netwerk als in de onafhankelijke werkplaatsen, zijn het er over eens dat we nog maar een heel klein deeltje zien van de revolutie die aan de gang is. Stefaan De Doncker, Directeur Parts en Aftersales van de Groep PSA, voorspelt alvast dat de sector de komende 10 jaar evenveel veranderingen zal meemaken als in de afgelopen 50 jaar. Het zegt iets over de omvang van de taken die alle protagonisten, groothandelaars, groeperingen en federaties in de toekomst voor de kiezen zullen krijgen.