Dossier Automaterialen en gereedschappen Mobiliteit

Dossier LPG en CNG: minder retrofit, meer af-fabriek

11/07/2018

Maurice Fafra, zaakvoerder van TechnoMeca in Haccourt, mag zonder verpinken gecatalogeerd worden als een specialist in zowel LPG- als CNG-installaties. Zijn bedrijf is geaggregeerd voor het monteren van gasinstallaties. Wel stelt hij vast dat de meeste LPG- en CNG-auto’s nu af-fabriek met een gasinstallatie worden geleverd. 

De cijfers liegen er niet om. In 2017 werden er in België welgeteld een luttele 186 nieuwe auto’s met LPG ingeschreven terwijl er 2.487 auto’s met CNG hun weg vonden naar een klant. Daar zijn verschillende redenen voor. CNG wordt de laatste tijd enorm gepromoot en er zijn steeds meer automodellen met CNG in het aanbod. Daarmee raakt LPG een beetje in de schaduw. LPG wordt al meer dan 50 jaar gebruikt als alternatieve brandstof en heeft in het verleden altijd een piek beleefd op momenten dat de prijzen van conventionele brandstoffen fiks stijgen. LPG won telkens aan populariteit bij een zogenaamde energiecrisis zoals in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw. Vaak werd LPG ook door constructeurs aangeboden die geen diesels in hun gamma hadden. Dat was bijvoorbeeld het geval met het vroegere Daewoo. Toch heeft LPG geen echte consistente doorbraak beleefd. Dat komt vooral omdat jaren terug vaak LPG-installaties op een amateuristische manier werden ingebouwd waardoor er vaak heel wat technische problemen optraden. Gelukkig mogen LPG-installaties nog enkel gemonteerd worden door geaggregeerde installateurs. TechnoMeca, waarvan Maurice Fafra de zaakvoerder is, is een van de erkende installateurs. Het bedrijf heeft trouwens meer dan 30 jaar ervaring op dat gebied. Bovendien geeft Maurice Fafra ook opleidingen bij onder meer de autokeuring, AutoFORM Liège en de brandweer. 

Meer af-fabriek 

Maurice Fafra doet een belangrijke vaststelling: “Wij monteren steeds minder zelf gasinstallaties en spitsen ons steeds meer toe op het onderhoud en de eventuele reparatie.”

Volgens Fafra zijn daar verschillende redenen voor: “Voor zowel LPG als CNG leveren steeds meer constructeurs zelf auto’s af met een installatie. Daarbij is de motor zelf ook specifiek ontwikkeld voor het rijden op gas met onder meer aangepaste zuigers, kleppen en cilinderkop. Bovendien werd tot voor kort bij de ombouw tot bijvoorbeeld een LPG-wagen een aparte elektronische sturing gemonteerd voor het sturen van het verloop van de gasinjectie en de ontsteking. Die aparte sturing vulde als het ware de oorspronkelijke ECU aan. Bij de auto’s die af-fabriek worden geleverd is de sturing van het rijden op gas geïntegreerd in de algemene motorsturing.”

Tot slot is het niet evident om een motor met directe injectie om te bouwen voor het gebruik van bijvoorbeeld LPG. 

Gelaagde verbranding

In principe kunnen alle benzinemotoren met indirecte injectie van een LPG-installatie worden voorzien. Bij modellen met directe injectie is dat niet evident.

Bij indirecte injectie bevinden de benzine-injectoren zich op de kanalen van het inlaatspruitstuk en draait de motor op een homogeen mengsel dat het stoichiometrisch gemiddelde benadert. Bij motoren met directe injectie daarentegen bevinden de benzine-injectoren zich niet op het inlaatspruitstuk maar wel op de cilinderkop waardoor de injectie rechtstreeks in de verbrandingsruimte kan gebeuren. Bovendien werken deze motoren bij een beperkt toerental en een beperkte belasting met een zogenaamd gelaagd mengsel. In het jargon heet dat stratified mixture. Concreet komt het erop neer dat in de onmiddellijke omgeving van de bougie het mengsel rijk is en in de periferie arm. Het rijke mengsel maakt dat de bougie erin slaagt om het mengsel in verbranding te brengen, terwijl het deel van het mengsel dat ‘arm’ is, zorgt voor een geringer verbruik. Als een dergelijke motor tot gas wordt omgebouwd dan moeten gasinjectoren in het inlaatspruitstuk worden gemonteerd waardoor een gelaagd mengsel niet langer mogelijk is. Dat heeft een directe invloed op het verbruik en de emissies en maakt ook dat er verbrandingsproblemen kunnen ontstaan door de hoge compressie die eigen is aan DI-motoren. Het is niet evident om de motorsturing aan te passen en daarom zijn slechts een beperkt aantal DI-motoren ombouwbaar tot het werken op gas.