Praktijk Mobiliteit

Duaal leren: als school en werkplaats elkaar ontmoeten

16/09/2020

Dat duaal leren draait rond ervaring opdoen op de werkvloer is vrij goed geweten, maar minder bekend is dat dit met een afgebakende omkadering van beide partijen gepaard gaat. Het succes bij leerlingen automechanica zit alvast in de lift, maar voldoende garages vinden die 'mentor' willen worden is de grote uitdaging. Goed informeren is de boodschap. Twee specialisten geven tekst en uitleg.

Er heerst een atypische rust op de centrale speelplaats van het imposante schoolgebouw in hartje Mechelen. Het schooljaar is voorbij en dit zijn de laatste dagen voor de vakantie echt begint. Zelfs de stroom is al afgesneden. Gelegen in de Nieuwe Beggaardenstraat is de TSM Mechelen goed voor zo'n 1.300 leerlingen. En binnen dit geheel zijn er een 80-tal leerlingen die voor automechanica kozen. Een drietal jaar geleden werd voor hen de mogelijkheid van duaal leren ingevoerd, wat het moment rijp maakt voor een eerste evaluatie. Wat zijn de voorwaarden om erin te stappen? Hoe groot is de belangstelling? En kan men van een succes speken? Met deze en andere vragen begonnen we aan het gesprek met twee heren die blijkbaar meer dan eenzelfde voornaam delen: Dirk As en Dirk Goyvaerts.

TRAXIO Magazine // Voordat we de inhoudelijke toer opgaan, graag een korte voorstelling. Wie zijn jullie, wat doen jullie, en welke verantwoordelijkheden dragen jullie met betrekking tot dit duaal leren?

Dirk As: “Sinds een jaar of vijf ben ik in deze school leerkracht theoretische en praktische vakken autotechnieken en trajectbegeleider duaal, wat ergens een late roeping is want daarvoor was ik actief in de privé. Zo was ik meer dan een kwarteeuw zelfstandig Skoda-garagehouder binnen de D'Ieteren-groep. Van in het begin was ik betrokken bij ons project van duaal leren.”

Dirk Goyvaerts: “Binnen deze school ben ik deeltijds technisch adviseur, daarbuiten ben ik projectcoördinator van Diagnose Car. Wat het duaal leren betreft, is mijn belangrijkste taak alles administratief rond te krijgen. Ik volg de wetgeving op, zorg ook voor de nodige promotie en waar zich problemen voordoen, sta ik de collega's bij.”

TRAXIO Magazine // Dat jullie net die band en kennis met de privésector is, zo nemen we aan, geen toeval?

Dirk Goyvaerts: “Dat raadt u goed (lacht). Onze ervaring is belangrijk om de brug te slaan. En net daarom vroeg ik collega Dirk van in het begin om betrokken te raken bij de opstart van duaal leren. Als geen ander kent hij de garagewereld en, meer in het bijzonder, alles wat zich in en rond een werkplaats afspeelt.”

Aangeboden contract

TRAXIO Magazine // Laten we eens bekijken welke lading de vlag duaal leren precies dekt. Het gaat om school te combineren met een (eerste) ervaring op de werkvloer, of drukken we het hiermee iets te simpel uit?

Dirk Goyvaerts: “In essentie draait het inderdaad daarrond, alleen komt er in de praktijk toch meer bij kijken dan velen denken. Leerlingen die aan duaal leren doen, staan in het BSO wekelijks minstens 20u op de werkvloer. Ze werken volgens een stelsel van 38u, wat betekent dat ze de andere uren op school doorbrengen. De garage in kwestie biedt hen een contract aan waar voor de leerling een maandelijkse bezoldiging van ongeveer 500 euro netto tegenover staat. Ze vallen trouwens onder de toepassing van de cao die op dat bedrijf van toepassing is. Het spreekt voor zich dat het programma dat ze hier meekrijgen beperkter zal zijn. Kan ook niet anders als men weet dat een voltijdse leerling een programma van 34u heeft.”

Dik As: Op dit moment bestaat deze mogelijkheid enkel voor het Beroepsonderwijs, maar vanaf september zal dit opengetrokken worden naar het Technisch onderwijs toe, zij het met een verschillende invulling. De TSO-leerlingen zullen stage lopen op de werkvloer, 14u per week, zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. De relatie leerling-school-bedrijf is in het geval van duaal leren ook verschillend. Ze vallen onder de verantwoordelijkheid van hun werkgever, we gebruiken hiervoor de term 'mentor', wat betekent dat als ze niet of te laat op school opduiken dit aan hun mentor gemeld wordt. Omgekeerd vernemen wij ook als zich problemen van aanwezigheid of andere aard op het bedrijf voordoen.”  

Schoolmoe maar geboeid

TRAXIO Magazine // De mogelijkheid van dit duaal leren werd enkele jaren geleden in een wettelijk kader gegoten. Maar op wiens vraag werd dit initiatief genomen? De scholen? De garages? Of beide?

Dirk Goyvaerts: “Beide, durf ik wel zeggen.”

Dirk As: “Het is een mogelijkheid die zeker leerlingen met een bepaald profiel aanspreekt. Vaak zijn ze wat schoolmoe, maar anderzijds toch geïnteresseerd in hun vakgebied en gemotiveerd om er iets van te maken.”

TRAXIO Magazine // Toch geen evidente combinatie…

Dirk As: “Zeker niet, wat ook de reden is dat we hier niet lichtzinnig mee omspringen. Om te beginnen hebben wij een gesprek met belangstellenden. Op zich mogen we hen niet verbieden de stap te zetten, alleen merk je dat het bij sommigen gedoemd is om fout te lopen en die trachten we toch op andere gedachten te brengen. Daarnaast is er ook de belangrijke rol van EDUCAM. Niet alleen screenen zij potentiële garages en gaan ze na of deze in aanmerking komen om mentor te worden. Het spreekt voor zich dat het erg belangrijk is dat ze over een voldoende ontwikkelde opleidingscultuur beschikken. De realiteit leert ons dat dit bij een garage doorgaans wel het geval is. En wie mentor wordt, zal ook een dag opleiding volgen, eveneens aangeboden door EDUCAM. Mogelijk wordt dit in de toekomst naar twee dagen opgetrokken. De leerlingen zelf krijgen van EDUCAM vijf dagen opleidingen die ze verplicht moeten volgen.”

Dirk Goyvaerts: “Het volledige traject van duaal leren loopt over drie jaar: het vijfde, zesde en zevende, in twee stappen vijf en zes en dan de mogelijkheid om een zevende te volgen. Onmiddellijk moet daaraan toegevoegd worden dat flexibiliteit hier troef is. Sommige beschikken in het vijfde nog niet over de maturiteit om erin te stappen. Soms zie je ze ook afhaken, maar pikken ze één of twee jaar later terug de draad op. Of omgekeerd: stappen ze na enige tijd terug over naar het reguliere onderwijs. En nog dit: in alle gevallen gaat iedereen die afstudeert met hetzelfde diploma naar huis, daar verandert duaal leren volstrekt niets aan.”  

Stijgend succes

TRAXIO Magazine // Over hoeveel aantallen spreken we inmiddels?

Dirk As: “Op dit ogenblik zitten er 6 in het vijfde jaar, 11 in het zesde en 10 in het zevende. En dit voor een totaal van zo'n 80 leerlingen verspreid over de drie jaren. Punt is dat elk jaar het succes groeit, dat is een belangrijke vaststelling.”

Dirk Goyvaerts: “De trend is in die mate gezet dat we stilaan naar een realiteit evolueren waarbij er straks meer in het duale model gaan zitten dan in het gewone. De communicatie tussen de leerlingen is in deze erg belangrijk. De feedback die ze meebrengen, zet anderen aan om de stap te zetten.”

TRAXIO Magazine // We kunnen dus over een succes spreken?

Dirk As: “Beslist, maar dat mag onze ogen niet sluiten voor bepaalde moeilijkheden, aan beide kanten trouwens. De eerste maanden zijn het belangrijkste. Dat eerste contact met de werkvloer is vaak erg ingrijpend. Ze komen in een heel ander milieu terecht, en zeker niet het makkelijkste. Daarom spreek ik ze vaak aan hier op school. Al was het maar op bepaalde ervaringen wat te plaatsen en te nuanceren.”

Autonoom handelen

TRAXIO Magazine // De meerwaarde voor de leerlingen ligt voor de hand, maar waar is die van de garages waar ze aan de slag gaan?

Dirk Goyvaerts: “Dat is een zeer terechte vraag, want wanneer ze starten is hun kennis quasi nihil. Op zich is dit niet zo verwonderlijk als je weet dat automechanica als richting pas in de derde graad start. Soms krijgen we te horen van een garage: 'Ze kunnen niets'. Mijn antwoord is dan: 'Precies, daarom doen ze dit nu precies, om het te leren' (lacht). En als ze leren, worden ze natuurlijk wel aantrekkelijk voor de garage.”

Dirk As: “Eigenlijk mag je zeggen dat zo'n leerling economisch gesproken rendabel wordt van zodra ze autonoom een klein onderhoud kunnen uitvoeren, banden controleren of nog een wagen klaarmaken voor de keuring. Voor een garage kan dit ook een manier zijn om de betrokkene na zijn afstuderen in dienst te kunnen nemen. Per slot van rekening hebben we het hier over een sector waar de vraag naar goede profielen met veel decibels uitgestuurd wordt.”

TRAXIO Magazine // Hoe schatten jullie de toekomst van het duaal leren in?

Dirk As: “Zoals Dirk zei is de trend gezet, dus op dat vlak zit het wel goed. Voldoende mentoren vinden blijft dan de grote uitdaging. Bovendien is er concurrentie… “

Dirk Goyvaerts: “Aangezien leerlingen in duaal leren betaald worden, hangt er een kost aan voor de garage-mentor. In andere scholen en opleidingen heb je er echter die stagelopen en dit gratis doen. We hebben hier in de buurt de HBO5-opleiding voor 18-plussers die ook een aantal stagedagen moeten doorlopen. Deze doen dat onbezoldigd en hebben de maturiteit eigen aan hun leeftijd.”

 

Dirk As

“Prospectie is dé grote moeilijkheid. Vaak krijgen we te horen dat er geen interesse, maar nu en dan vinden we toch nieuwe garages om erin te stappen. De ervaring leert ook dat het in 85 % van de gevallen een goede ervaring voor hen is. Precies daarom motiveren we de leerlingen om zelf op zoek te gaan. Wanneer een kandidaat zichzelf aanbiedt, wijst dat toch op een behoorlijke motivatie wat zijn situatie enkel ten goede kan komen.”

“Omkadering is essentieel bij duaal leren. Opleidingen zijn verplicht voor zowel de leerling als de garage die hem aanstelt. Deze laatste wordt bovendien nog grondig door EDUCAM gescreend.”

 

Dirk Goyvaerts

“De realiteit gebiedt te erkennen dat grotere bedrijven zich vaker lenen voor duaal leren. Vaak is de opleidingscultuur er groter, maar beschikken ze over de ruimte om de verplichte EDUCAM-opleiding te volgen. Doordat ze met meer mensen werken, is de begeleiding van de betrokkene ook handiger. Gelukkig zijn er ook heel wat tegenvoorbeelden van kleinere garages die zich tot een bijzonder geschikte mentor ontpoppen.”

“Garages mogen zich geen illusies maken over de voorkennis van de leerlingen die erin stappen. Maar eens een zekere opleiding afgerond is, komt het moment dat ze autonoom kunnen werken en een reële meerwaarde voor de garage gaan uitmaken.”

 

'Mentor' Garage Vermant over duaal leren: “Motivatie is de belangrijkste factor voor ons”

Als opleidingscoach bij Vermant, een Volvo-dealer met drie vestigingen in Mechelen, Bornem en Rumst, is Hans Vandewiele een bevoorrecht waarnemer van hoe dat duaal leren op de werkvloer verloopt. “De grootste fout die je kan maken is hun kennis te overschatten”, legt hij uit. “Precies daarom zorgen wij dat er altijd twee collega's zijn die toezien op hun technische omkadering. We zorgen er ook voor dat ze voor elke werkdag over een lijst beschikken met hun dagtaken. Kunnen functioneren om de werkvloer van een garage gaat immers om meer dan de technische kennis en kunde in huis te hebben. Je moet je ook kunnen organiseren. Het puur renderen begint op het moment dat ze voor het uitvoeren van een onderhoudsbeurt ingezet kunnen worden. En positief op dit vlak is dat we nog nooit iemand gehad hebben die niet op dat punt gekomen is. Negatief is dat sommigen wat te eigenzinnig zijn, maar dat hangt natuurlijk van persoon tot persoon af (glimlacht). Of we op zoek zijn naar een bepaald profiel? Niet echt, maar motivatie blijft een belangrijk element. Een zekere technische voorkennis kan spelen, maar is niet het belangrijkste. Het gebeurt dat er sommigen tijdens hun vierde jaar al enkele dagen meedraaien bij ons. Het is dé geknipte manier voor hen om zich een beeld te vormen van waar ze aan zouden beginnen als ze met duaal leren van start gaan.”