Actualiteit Automaterialen en gereedschappen

FAM: Het aanzien van de aftermarket verbeteren

14/01/2018

Onder impuls van haar nieuwe raad van bestuur die verkozen werd in juni legt de Federatie Automateriaal zich toe op grote projecten om het aanzien van de aftermarket te verbeteren en de toekomst rustig voor te bereiden.

FAM verenigt de bedrijven die actief zijn op de aftermarket, in alle sectoren en voor alle voertuigen, welke dat ook zijn. Dit omvat de invoerders zoals Doyen Auto, Van Heck Interpièces, Motor Parts of Krautli en de merkagenten, maar ook de groothandels en de organisatie van de beurs AutoTechnica die een aparte plaats inneemt binnen de federatie. 

Een federatie die vandaag ongeveer 340 actieve leden telt en waarvan Etienne Dubois, haar vicevoorzitter, verwacht dat ze nog veel zal groeien in de toekomst: “We willen het aantal leden doen toenemen, want nu vertegenwoordigen ze nog maar een deel van onze markt. Alle bedrijven die actief zijn in de sector kunnen lid worden. We denken echter vaak aan de groothandels in auto-onderdelen, maar we vergeten regelmatig die van de tweewielers, de vrachtwagens of simpelweg de leveranciers van garagemateriaal”. 

Onderdelen en kwalitatieve diensten

FAM is een vzw binnen TRAXIO. Een bijzonderheid waardoor ze geniet van groepsvoordelen qua verzekeringen, juridisch advies, opvolging van wetswijzigingen en informatiediensten, maar die haar ook een zekere autonomie toestaat. Zo beschikt FAM over een eigen beheerorgaan met 18 bestuurders die komen uit de verschillende door FAM vertegenwoordigde sectoren. Onder hen zorgen twee vicevoorzitters, drie bestuurders en een secretaris van TRAXIO die voor het dagelijkse beheer onder auspiciën van Didier Perwez, District Manager Benelux bij Federal Mogul, die tot voorzitter verkozen werd in juni voor een termijn van drie jaar. “Dat is heel kort”, verduidelijkt Etienne Dubois, “wij moeten snel vooruitgang boeken in veel dossiers, want de tijd gaat erg snel voorbij.” 

De belangrijkste doelstelling van dit directiecomité is om een nieuwe zichtbaarheid te geven aan de federatie, om het imago van verkopers van ‘namaakonderdelen’ en van een ‘parallelle’ markt dat vaak aan zijn leden kleeft, te doorbreken. “Wij willen echt de boodschap brengen dat de onderdelen die onze leden verkopen, wel degelijk onderdelen zijn die gelijkwaardig zijn aan de originele onderdelen, dat ze gemaakt zijn door dezelfde toeleveranciers als zij die de onderdelen van eerste montage leveren, met dezelfde kwaliteit, maar in een andere verpakking.” 

Grote projecten

Er liggen ook andere bijzonder belangrijke thema’s op de tafel voor deze ambtstermijn, zoals de oprichting van een professioneel charter voor groothandels, om de  betrouwbaarheid te bewijzen en de nadruk te leggen op de kwaliteit van de onderdelen en de geleverde diensten. De federatie ijvert ook voor het optrekken van de grens om verplicht een factuur op te maken voor elke verkoop. Deze bedraagt al meer dan 20 jaar 125 euro en werd nooit aangepast aan de index. 

Het dossier ‘MOBIVIS’ is ook heel belangrijk. FAM zou toegang willen hebben tot de voertuiggegevens op basis van de nummerplaat zoals we dit nu al hebben op basis van het VIN-nummer. We ontwikkelen ook een tool die deze service zal faciliteren. 

FAM is ook lid van FIGIEFA, de Europese Federatie voor de onafhankelijke groot- en kleinhandels van automotive vervangingsonderdelen. Deze vereniging groepeert alle grote nationale federaties van Europa, evenals de vertegenwoordigers van grote internationale groeperingen die onder hetzelfde vaandel dezelfde strijd op grote schaal te leveren. Dat is het geval voor de strijd die momenteel uitgevochten wordt om de constructeurs te verplichten toegang te verschaffen tot de voertuigen die opgeslagen zijn in de ‘cloud’ (gedematerialiseerde virtuele opslag). “Nu zijn de voertuiggegevens nog in de wagen zelf opgeslagen, en met een diagnosetoestel kan iedereen er toegang toe krijgen door het eenvoudigweg aan te sluiten. Maar morgen, met de gegevens in de cloud, zullen de onafhankelijke herstellers er niet zo makkelijk meer toegang toe hebben. En als alles beheerd wordt door de constructeurs, zal dit een vorm van protectionisme veroorzaken die onze sector in gevaar zou kunnen brengen”, verduidelijkt Etienne Dubois. 

Eerder onderhouden dan vervangen

De vicevoorzitter van de FAM blijft trouwens rustig als we de uitdagingen van de toekomst ter sprake brengen, met de voertuigen die altijd complexer worden en de nieuwe technologieën die een echte uitdaging vormen voor de sector. Voor hem is er nog geen reden tot paniek voor wie actief is in de mechaniek: “Het mechanische onderdeel heeft nog zeker een glansrijke toekomst voor zich gedurende 15 of 20 jaar. Als we met de onderdelenfabrikanten spreken, leggen zij ons uit dat hun orderportefeuille nog tot in 2025 gevuld is! En het is trouwens waar dat er veel gesproken wordt over elektrische voertuigen, maar vaak wordt er geen rekening gehouden met het milieuaspect van de elektriciteitsproductie die nodig is om ze van stroom te voorzien, stroom die voornamelijk uit kern- of fossiele energie komt”. 

Voor net die vervuiling van de atmosfeer stelt FAM een alternatieve oplossing voor: het Eco-onderhoud voor de vermindering van de impact van de oudste voertuigen die nog talrijk zijn in ons wagenpark, en nog talrijker op Europees niveau. “Met een specifiek apparaat kunnen de uitlaatgassen geanalyseerd worden om gebreken te vinden. Vervolgens kunnen we ze op efficiënte wijze verhelpen en de voertuigen minder vervuilend maken. Maar daarvoor moet de technische controle betrokken worden (voor de analyse) en de overheid voor de uitvoering.” Bij onze Franse buren zal  het Eco-onderhoud de standaard worden voor de technische controle vanaf 2019.