Actualiteit Mobiliteit Tweewielers Automaterialen en gereedschappen Burgerlijke bouwkunde en lift-trucks Land- en tuinbouwmaterieel

Jo Caudron: De toekomst van de mobiliteit

16/09/2020

Jo Caudron publiceerde vorig jaar zijn vijfde boek, ‘De wereld is rond’, dat begin dit jaar werd bekroond tot Managementboek van het Jaar. In dit boek beschrijft hij hoe de wereld drastisch verandert en hoe deze veranderingen kunnen leiden tot een nieuwe wereld en nieuwe kansen. In een exclusief gesprek met TRAXIO Magazine (TM) geeft Jo Caudron (JC) ook zijn visie op de mobiliteit van morgen, en legt hij de link naar de coronacrisis.

TM: Kan je kort samenvatten wat de essentie van je boek is?

JC: We gaan een enorme maatschappelijke transformatie tegemoet en daar zijn drie pijlers voor. Ten eerste: onze manier van werken gaat veranderen door de digitale evolutie en artificiële intelligentie. Zij zullen een grote impact hebben op ons statuut (werknemer of zelfstandige, voltijds of deeltijds), op arbeidsflexibiliteit (inclusief minder vaak werken op kantoor en dus minder verplaatsingen naar het werk) en op nieuwe vormen van productie en landbouw. De tweede pijler is de plaats waar dat alles gaat gebeuren. Nu liggen onze werkplaats en onze woonplaats vaak ver uit elkaar (met de bijhorende mobiliteitsproblemen) maar ik denk dat we gaan evolueren naar een vorm van leven waarbij de belangrijkste functies die een mens nodig heeft niet altijd leiden tot een verplaatsing. Wonen, werk, productie en consumptie gaan dus dichter bij elkaar komen te liggen dan nu. Zo komen we tot de derde pijler: de mobiliteit die mee zal evolueren met de vorige twee pijlers.

TM: Oeps, dat klinkt op het eerste zicht niet meteen positief…

JC: De huidige onzekerheden over werk, mobiliteit, veiligheid en dergelijke leiden bij sommigen tot negativisme, angst en pessimisme, en leiden in de politiek tot populisme. In plaats van angstig te zijn, is het belangrijk is om na te denken of we - met dezelfde (technologische) bouwstenen die we nu al ter beschikking hebben - een optimistische toekomst kunnen bouwen. En ja, daarbij moeten we aanvaarden dat de wereld verder digitaliseert, dat e-commerce definitief zal doorbreken, dat de BigTech-bedrijven zoals Google- Apple-Facebook-Amazon de controle een stuk gaan overnemen, dat mobiliteit zal veranderen, dat we anders zullen wonen en werken… Toch kunnen we nu al pragmatisch aan de slag gaan met dit gegeven en de kansen benutten die ermee gepaard gaan om zo een positief toekomstbeeld te creëren. In deel drie van mijn boek geef ik daar concrete voorbeelden van waaraan bedrijven zich kunnen spiegelen.

TM: Enkele maanden na de publicatie van je boek is er plots het coronavirus. Het lijkt wel of je boek een voorspelling was van wat er te gebeuren stond…

JC: Wat ik daarnet heb samengevat, is inderdaad plots enorm versterkt en versneld door de coronacrisis: nog meer onzekerheid, een versnelde digitalisering (thuiswerk, online lessen, e-commerce) en duidelijkheid dat we gaan evolueren naar een andere manier van wonen-werken-winkelen en mobiliteit. Dat uit zich op allerlei manieren. Kijk bijvoorbeeld naar de bedrijfswagen: die is een belangrijk deel van je loon maar indien je minder naar kantoor gaat, dan staat dat deel van je ‘loon’ stil op je oprit terwijl je er wel op wordt belast. In de toekomst gaan minder mensen daarom een bedrijfswagen willen omdat ze meer in de naaste omgeving gaan blijven. De titel van het boek verwijst daarom naar het feit dat we evolueren naar een model waarbij we opnieuw meer zullen leven in kleinere omgevingen en gemeenschappen waar alles dichter bij elkaar ligt en we ons minder gaan verplaatsen. Corona heeft ook op dat vlak een aantal zaken versneld maar kan ons tegelijk ook helpen om sneller een nieuw en beter evenwicht te vinden.

TM: Hieruit kan je besluiten dat de mobiliteit sterk zal evolueren. Hoe?

JC: De mobiliteitssector wordt gegarandeerd de meest dynamische sector in de komende 10 jaar met een grote impact op de businessmodellen van auto, moto, fiets, brandstoffen, onderhoud en onderdelen, machines… We gaan evolueren naar een wereld waarin een deel van de mensen bewust kiest voor minder mobiliteit voor wonen-werken-winkelen. De tendens wordt om minder naar kantoor te gaan en meer te gaan werken in lokale hubs (die bijvoorbeeld worden ingericht in nu leegstaande winkelpanden in je dorp/stad). Je gaat dus vaker dicht bij je woonplaats werken waardoor je minder afstanden moet afleggen. Daardoor kan een deel van je mobiliteit bijvoorbeeld te voet of per fiets gebeuren en moet je maar occasioneel met de auto naar het hoofdkantoor in Brussel of een andere grootstad. Ook zullen de mobiliteitsmiddelen zelf meer elektrisch aangedreven worden en dat zal gevolgen hebben voor onder andere onderhoud en tanken. Maar we gaan daarnaast ook evolueren van eigendom naar gebruik. Dat betekent dat we in de komende jaren een andere commerciële aanpak moeten ontwikkelen: het lijkt me logisch dat we een verschuiving gaan krijgen van individuele aankoop (inclusief fleet, want ook daar beslis je als individu welke wagen je wil) naar gegroepeerde aankopen door een beperkt aantal platformoperatoren. Waarom meer ‘gebruik’ in plaats van bezit? Omdat we gaan naar een aangepaste mobiliteit in functie van iemands specifieke wensen van het moment: mensen gaan op termijn minder mobiliteit nodig hebben voor wonen-werken-winkelen en dan is het interessanter om je aan te sluiten bij een platform dat - in functie van je behoeften - ofwel een auto ofwel een fiets ofwel een step ofwel openbaar vervoer kan aanbieden, eerder dan dat je zelf alles moet aankopen, verzekeren en onderhouden. Mobility as a service wordt het sleutelwoord.

TM: Dat is een hele omwenteling…

JC: Dit staat eraan te komen en dan verandert de hele commerciële omgeving. In de eerstvolgende jaren zie ik geen daling van het aantal verkochte wagens maar wel een herverdeling naar meer wagens in grote vloten en bij deelplatformen. Dat gaat vooral impact hebben op bedrijven die nu inspelen op het individu en minder op grote leveringen. Bij een jaarverkoop van 500.000 nieuwe wagens ga je dan overstappen van 500.000 individuele transacties van 1 wagen (individuele verkoop) naar bijvoorbeeld 500 transacties van 1.000 wagens (aan platformoperatoren). Dat vergt een totaal andere structuur en aanpak dan we nu gewend zijn. Ook elektrificatie gaat veel veranderen: de ‘brandstof’-voorziening in benzinestations zal zich moeten heruitvinden want benzine/diesel tanken is iets heel anders dan ‘stroom’ tanken. De sector moet daarom de functie van deze plek heruitvinden: in plaats van enkel bijtanken dan een benzinestation evolueren naar een rustplek, waar mini-onderhoud wordt gedaan en catering wordt voorzien… Elektrificatie houdt ook in dat er quasi geen onderhoud meer nodig is en dat software-updates op afstand kunnen uitgevoerd worden. Ook hier wordt de huidige businesslogica overhoopgegooid.

TM: Hoe kan men daarop inspelen?

JC: De klassieke mobiliteit waarbij de wagen centraal staat, zal veranderen in de komende jaren. We anders moeten denken, opportuniteiten zoeken en nieuwe oplossingen zoeken voor de nieuwe mobiliteit. En daar beginnen we best al mee want indien wij het niet zelf doen, dan zal de ene of de andere Amerikaanse Big Tech ze wel introduceren en de markt voor onze neus wegkapen. Om een voorbeeld te geven: het is tegenwoordig nog lastig om een elektrische laadpaal bij je thuis te installeren. Wel, het is voor onze sector misschien een opportuniteit om de realisatie van dat moeilijke proces als een dienst aan te bieden aan klanten die een elektrische wagen kopen. Wij hebben immers de mensen en de kennis in huis om daarvoor te zorgen. Zo kunnen er totaal nieuwe businessmodellen ontstaan. Denk ook aan de polyvalente inzetbaarheid van de technici in je werkplaats. Zij gaan minder werk hebben wanneer de elektrische wagen doorbreekt, maar zij zijn technisch gemakkelijk bij te scholen en kunnen mee ingezet worden in een model waarbij je als garage ook diensten aanbiedt op het vlak van bijvoorbeeld installatie van zonnepanelen gekoppeld aan een thuisbatterij en een laadpaal. Zo creëer je een gesloten systeem van lokale specialisten die een nieuwe vorm van meerwaarde kunnen bieden aan hun klanten. Ook door geïntegreerde mobiliteit aan te bieden: fietsen en steps als aanvulling op de auto bijvoorbeeld. We moeten openstaan voor de toekomst en erop anticiperen. Dat is een zeer waardevolle oefening, want zo kan je opportuniteiten vinden. En indien wij het niet doen, dan zal Elon Musk het wel komen organiseren en dan is de lokale meerwaarde weg.

TM: Zie je bij machines voor bouwkunde en landbouw ook zo’n evolutie?

JC: De komende jaren komt er een industriële stagnatie aan, en komt er een crisis aan in b2b-vastgoed (kantoren en retail). Voor particuliere bouw voorspel ik voor de komende vijf jaar een vertraging en een verschuiving naar renovatie en doe-het-zelf. Tot we er economisch terug bovenop zijn. In de landbouw gaan we naar een heel interessante evolutie van urban en vertical farming. Dit wordt een grote industriële revolutie waarbij veel van onze voedingsproducten binnen de 10 jaar anders zullen gekweekt worden: veel minder ‘horizontaal’ op velden en veel meer ‘verticaal’ in grote hallen. Daardoor gaan er veel minder tractoren nodig zijn en gaan we evolueren naar robots. Ook hier geldt dus dat we onze aanpak moeten herdenken en ons aanpassen, of dat we zullen verdwijnen. Plan nu dus al om je bedrijf aan te passen aan deze nieuwe evolutie, ontwikkel nieuwe expertise en biedt nieuwe totaaloplossingen aan je klanten. Overigens: de broer van Elon Musk evenals Jef Bezos van Amazon zijn daar al op aan het inzetten.

Jo Caudron en ‘De wereld is rond’

 ‘De wereld is rond’ is een optimistisch pleidooi om problemen holistisch te benaderen en aan te pakken. Het boek werd bekroond tot Management Boek van het Jaar 2020. Auteur Jo Caudron is al jaren actief als digitaal ondernemer en betrokken bij verschillende digitale bedrijven. Hij begeleidt ook bedrijven wereldwijd om zich klaar te maken voor morgen.

 

Foto Filip Van Roe