Dossier Mobiliteit

Siabis+, een systeem dat herzien moet worden

De bevestiging komt niet enkel uit de t  akelsector. Dat bewijst tot op welk punt het systeem in zijn huidige opstelling frustrerend is voor de betrokken spelers. TRAXIO Road Support heeft een prioriteitenlijst opgemaakt om het systeem Siabis+ efficiënter en duurzamer te maken voor de takelaars, de politie, de weggebruikers en de verzekeraars.

“Siabis+ is een goed idee”, bevestigt Frédéric Jourdan, zoekvoerder van Groupe Jourdan en Franstalig vicevoorzitter van TRAXIO Road Support. Het Waalse (IT-)platform is verondersteld te zorgen voor de organisatie van de overdracht van de informatie die nodig is voor de interventies en voor de aanduiding van de takelaars volgens de beperkingen qua tijd en lokalisatie. Dat moet toelaten om sneller tussen te komen om de baan vrij te maken.

“In werkelijkheid zijn we er nog lang niet”, vervolgt Frédéric Jourdan. “Het systeem wordt beheerd door Assuralia dat de bijstandsverleners vertegenwoordigt, ofwel de klanten van de takelaars. Het is vrij logisch dat hun prioriteit eerder in de interventiekost ligt, desnoods door een beroep te doen op een takelaar die verder gelegen, maar geconventioneerd is”, stelt Michel Gillard vast, algemeen secretaris van TRAXIO Road Support.

Maar dat is helaas niet het enige probleem. “De informatie moet langs verschillende tussenpersonen gaan: de politie ter plaatse, een eerste dispatching, het platform Siabis+ en uiteindelijk pas de takelaar”, waardoor er voor de takelaar waardevolle informatie verloren gaat aan het eind van de rit. “Bovendien is niet al het personeel van de dispatching per se op de hoogte van de risico’s van het beroep van takelaar. Gedurende de vakantieperiode is het zelfs vaak zo dat het dispatchen door jobstudenten gebeurt.” 

Absurde situaties 

In de aanvragen voor interventies worden de takelaars maar al te vaak geconfronteerd met zware fouten of herhaaldelijke nalatigheden. “En ze zijn niet allemaal zo makkelijk te detecteren als de oproep van een collega voor een takeling op de A12 die Brussel met Antwerpen verbindt, terwijl Siabis+ enkel betrekking heeft op Wallonië”, illustreert Frédéric Jourdan.

“We zijn gestopt met het tellen van de aanvragen voor interventies om voorwerpen van de baan te halen, die al opgeruimd zijn door het Ministère wallon de l’Equipement et des Transports bij aankomst van de takelaar. Dat mag onbeduidend lijken, maar een dergelijke interventie heeft een kost die niet te verwaarlozen is: mobiliseren van twee voertuigen (één voor de signalisatie en één voor het opruimen) met het nodige personeel en de kost van de verplaatsing vermits de takelaars niet vrijgesteld zijn van de kilometerheffing voor vrachtwagens. Dat alles is puur verlies als de takelaar niet kan aantonen dat hij het voorwerp weggehaald heeft.”

De tegenslag van een takelaar uit Léglise is een ander voorbeeld van problemen bij het doorgeven van informatie. “Hij werd opgeroepen voor een ongeval in Barrière de Champlon, ofwel een verplaatsing van meer dan 100 km heen en terug, terwijl de takelaar slechts verondersteld is tussen te komen binnen een straal van 20 km in het kader van Siabis+”, vertelt Frédéric Jourdan. “Maar hij zou nog meer te verduren krijgen, want toen hij ter plaatse kwam, stelde hij vast dat het voertuig dat hij moest takelen geen auto was zoals gesignaleerd, maar een uitzonderlijk vervoer van 120 ton.” 

Te trage interventies 

De talrijke tussenpersonen bij de informatieoverdracht vertragen ook onvermijdelijk de procedure. Zo slaagt Siabis+ vaak niet in zijn eerste opdracht: een snelle interventie om de veiligheid te verbeteren en het verkeer te herstellen. “Het is geen uitzondering dat er een halfuur voorbijgaat tussen het signaleren en de oproep naar de takelaar”, stelt Frédéric Jourdan vast. “De politieagenten kunnen zo meer dan een uur ter plaatse vastzitten, terwijl ze voor geen enkel ander spoedgeval kunnen zorgen.”

Het gebeurt dat ze hun geduld verliezen. “Zo werd een collega onaangenaam verrast toen hij op de plaats van het ongeval aankwam, die verlaten was. De eigenaar van het voertuig was naar het ziekenhuis gebracht, de politie was weg, de papieren van het voertuig waren niet meer daar. Vier maanden later was niemand het wrak komen opeisen en al zeker niet de factuur van de interventie komen betalen.” 

Klimaat van wantrouwen 

“Dat alles creëert een klimaat van wantrouwen dat niet goed is voor de betrokken marktspelers, maar ook niet voor de doorstroming van het verkeer”, betreurt Michel Gillard. “De takelaars staan aan het einde van de keten en ondergaan alle fouten in tienvoud, zowel op moreel als of financieel vlak.” Dat is des te ingewikkelder om te beheren, omdat ze ook moeten weerstaan aan de intense druk van de bijstandsverleners op de tarieven. “Voor de takeling van een voertuig op 20 km, zou het normale tarief ongeveer 250 euro bedragen maar bepaalde bijstandsverleners willen tot 70 euro zakken”, constateert Frédéric Jourdan. “De werkelijkheid van veel kleine takelaars is zo dat ze overdag hun rol vervullen van zaakvoerder en ’s nachts zelf voor de permanenties zorgen, door een beroep te doen op hun familie om hen te helpen.” Een situatie die niet leefbaar is op lange termijn en die zich tegen het systeem zou kunnen keren. De verdwijning van de kleine takelaars zou het systeem afhankelijk maken van enkele grote spelers.

Maatregelen om Siabis+ te moderniseren 

De werkgroep Siabis+ en TRAXIO Road Support in zijn globaliteit hebben dus de aandacht gevestigd op een reeks maatregelen die zouden toelaten om het systeem Siabis+ efficiënter en duurzamer te maken voor alle marktspelers: 

  • het systeem herstructureren door opnieuw een centrale rol toe te bedelen aan de politie zoals die het vraagt, waarbij de politie de dichtstbijzijnde takelaar met het geschikte materiaal volgens een beurtrol zou bellen; 
  • een vertegenwoordiger van TRAXIO Road Support opnemen in het comité voor de opvolging van Siabis+ om de stem van de takelaars te laten horen; 
  • de takelaar zou betaald worden aan het tarief van Siabis+, of de betaling nu gebeurt door de bijstandsverlener, Sofico of de eigenaar van het voertuig.

Vijfde wiel aan de wagen 

Met de invoering van Siabis+ dat veralgemeend werd begin 2019, zijn de depanneurs voortaan verantwoordelijk voor de signalisatie in Wallonië. “In werkelijkheid constateren we echter dat ze slechts een van de spelers zijn die dit soort dienst verlenen”, stelt Frédéric Jourdan vast. “Ze zijn vaak zelfs het vijfde wiel aan de wagen en komen tussen na de politie, de brandweer, het Ministère wallon de l’Equipement et des Transports. Het aantal interventies is dus beperkt in vergelijking met de hoge investering. U moet rekenen op 40.000 euro voor een voertuig van 4m20 hoog dat is uitgerust met een signalisatiepijl en minstens vier personen voor een permanentie van 24 op 24. Dat is compleet onredelijk vanuit economisch oogpunt.”