Dossier Mobiliteit

Welke bescherming genieten de autodistributienetwerken?

18/11/2019

De grote veranderingen die in de autodistributiesector aan de gang zijn, maken de positie van de dealers soms kwetsbaarder. Gelukkig kunnen ze terugvallen op wettelijke beschermingen. In het bijzonder om het hoofd te bieden aan een eventuele contractbeëindiging.

Het Belgische recht maakt voor de autodistributie een onderscheid tussen twee soorten overeenkomsten die de handelspartners binden: de concessieovereenkomst en de handelsagentuurovereenkomst. Op een eerste niveau behoudt een fabrikant of invoerder een of meer dealers (erkende verdelers) het recht voor, de producten die zij produceren of distribueren, voor eigen rekening te verkopen. Op een onderliggend niveau sluit de handelsagent de verkoop van motorvoertuigen af in naam en voor rekening van zijn opdrachtgever (erkende verdeler) door middel van een vergoeding. 

De wetgeving beschermt dealers en handelsagenten niet op dezelfde manier. Patrick Piret, juridisch adviseur bij TRAXIO, herinnert eraan dat het Wetboek van Economisch Recht mededingingsbeperkende praktijken in elk geval verbiedt. Onder meer als ondernemingen misbruik maken van een dominante positie of de onderlinge concurrentie beperken, bv. door prijsafspraken of afspraken over de verdeling van de markt. 

Handelsagenten en dealers 

Aan deze twee praktijken voegt de wet van 4 april 2019 nog een derde aspect toe, namelijk de praktijk waarbij ondernemingen de economische afhankelijkheid van hun commerciële partner misbruiken, op welke manier dan ook. Deze onlangs aangenomen wet voerde ook nieuwe bepalingen in die onrechtmatige bedingen verbieden die een duidelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van handelspartners creëren en verbiedt ook oneerlijke, misleidende of agressieve marktpraktijken. 

Afgezien van deze algemene regels, die voor iedereen gelden, beschikken de autohandelaren en -dealers nog over een aanvullende bescherming tegen de beëindiging van hun distributieovereenkomst. Het Wetboek van Economisch Recht (Boek X Titel 3) beperkt zich tot de bescherming van concessiehouders tegen de eenzijdige beslissing om een overeenkomst van bepaalde duur niet te verlengen of een overeenkomst van onbepaalde duur te beëindigen. De handelsagenten worden beschermd door Titel 1 van Boek X waarin de rechten en plichten van de partijen, de duur van de overeenkomst, de beëindiging van de overeenkomst, de vergoedingen en de wijze van vergoeding zijn vastgelegd. Aangezien deze bepalingen dwingend zijn, mogen de partijen er bij het sluiten van de overeenkomst niet van afwijken. 

Vrijheid wat de inhoud betreft 

Zolang ze het mededingingsrecht naleven, beschikken de partijen over een erg grote vrijheid om de inhoud van hun distributieovereenkomst te bepalen. Sinds 1 februari 2006 moet er echter rekening worden gehouden met bepaalde formaliteiten tijdens de laatste fase van de onderhandelingen over een commercieel partnership. De 'rechtgever' (franchisegever, licentiegever, ...) moet de 'rechtverkrijger' (franchisenemer, concessiehouder, ...) een specifiek document verstrekken met relevante informatie over de inhoud van de juridische overeenkomst en over de aard en het belang van de activiteiten van de rechtgever. Deze bepalingen werden in 2014 opgenomen in het Wetboek van Economisch Recht. 

Sinds 1 september 2019 moeten partners zich onthouden van handelingen die indruisen tegen de eerlijke marktpraktijken. Als een van hen de professionele belangen van de andere schaadt, kan deze de zaak aanhangig maken bij de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank om een einde te maken aan de oneerlijke praktijk. 

Na 1 december 2020 gesloten of hernieuwde contracten mogen geen clausules meer bevatten die het evenwicht tussen de partijen duidelijk verstoren. Voor zover ze niet voorkomen op de lijst van 'zwarte' of 'grijze' bedingen in boek VI van het WER, zal het aan de rechter worden overgelaten om te beoordelen of de bedingen onrechtmatig zijn. 

Exclusieve of selectieve distributie 

De wet van 27 juli 1961 beschermt de dealers tegen de eenzijdige opzegging van hun contract, maar niet alle dealers genieten de bescherming ervan. Artikel 1 van deze wet voorziet dat ze niet enkel geldt voor concessies van alleenverkoop of quasi alleenverkoop maar ook voor verkoopconcessies waarbij de concessiegever de concessiehouder 'belangrijke verplichtingen oplegt, die op strikte en bijzondere wijze aan de concessie gekoppeld zijn en waarvan de last zo zwaar is dat de concessiehouder groot nadeel zou lijden in geval van beëindiging van de concessie’. 

De lijst van belangrijke verplichtingen die de constructeurs aan hun Europese dealers hebben opgelegd, is de afgelopen 10 jaar enkel maar langer geworden. Deze verplichtingen hebben niet alleen betrekking op de showrooms (locaties, minimumoppervlakte per auto of totale minimumoppervlakte, minimumaantal auto's, inrichting van ontvangstbalies, vloeren, clausules met betrekking tot de aanwezigheid van toiletten, koffietoestellen, reclamemateriaal enz.) maar ook op het aantal vereiste verkopers, het aantal benodigde opleidingsuren per verkoper, de manier waarop hij zich bij de klanten presenteert, de verkoopprocedures, de IT-tools, de businessplannen, het type bedrijf dat opgericht moet worden, de na te leven ratio's, de rapportering binnen bepaalde termijnen en binnen een opgelegd formaat enz. 

"Door zich specifiek te richten op concessies die belangrijke verplichtingen opleggen aan concessiehouders, maakt de wet het ontegensprekelijk mogelijk concessieovereenkomsten te dekken die worden afgesloten in het kader van selectieve distributienetwerken. Dat zijn netwerken die worden gekenmerkt door de omvang van de verplichtingen die aan erkende distributeurs worden opgelegd en waarbij kandidaat-distributeurs die niet aan deze criteria voldoen, niet erkend worden", benadrukt Patrick Piret. In België kozen op een na alle merken voor een selectief eerder dan een exclusief distributiesysteem. De Europese regelgeving bepaalt dat een selectief distributiesysteem niet alleen gebaseerd mag zijn op kwalitatieve criteria, maar ook op een kwantitatief criterium, nl. een maximaal aantal dealers voor een bepaald gebied. 

Van bepaalde of onbepaalde duur 

Wat de opzegging van de contracten betreft, had de wet van 27 juli 1961 aanvankelijk enkel betrekking op exclusieve verkoopconcessieovereenkomsten van onbepaalde duur. Ze werd gewijzigd door de wet van 13 april 1971, waarbij een artikel 3bis werd ingevoegd dat van toepassing is op overeenkomsten van bepaalde duur. Als een overeenkomst van bepaalde duur tweemaal is verlengd, wordt elke verdere verlenging beschouwd te zijn gebeurd voor onbepaalde duur. Als de derde periode verstrijkt, kan de overeenkomst slechts voor onbepaalde duur worden verlengd. 

Voor contracten van bepaalde duur moet de partij die het contract niet op de normale einddatum wenst te verlengen, het contract ten minste drie maanden en ten hoogste zes maanden voor de overeengekomen einddatum per aangetekend schrijven opzeggen. Indien deze formaliteit niet in acht wordt genomen, wordt de overeenkomst voor onbepaalde duur verlengd of voor de duur die in een stilzwijgende verlengingsclausule is voorzien. Gezien het dwingende karakter van de wet kunnen de partijen niet van dit artikel afwijken. De contracten van bepaalde duur genieten geen andere bescherming en de beëindiging ervan blijft onderworpen aan het gemene recht. Zo kan een overeenkomst van bepaalde duur enkel worden beëindigd voor het verstrijken van de looptijd als een contractuele bepaling dit uitdrukkelijk voorziet. 

Voor contracten van onbepaalde duur bepaalt artikel 2 van de wet dat, als de concessiehouder de overeenkomst niet kan opzeggen door een grove tekortkoming van de concessiehouder, de concessiegever de overeenkomst slechts kan opzeggen met een 'redelijke' opzeggingstermijn of een billijke vergoeding, die door de partijen bij de opzegging van de overeenkomst moet worden bepaald.

Sommige rechtbanken hebben geoordeeld dat een redelijke opzegtermijn kan worden beschouwd als de tijd die de concessiehouder nodig heeft om 'een gelijkwaardige situatie te bewerkstelligen', die zelf wordt gedefinieerd als 'een bron van netto-inkomsten die gelijk is aan wat werd verloren'. Deze opzeg kan niet vooraf worden overeengekomen en kan pas na de beëindiging worden bepaald.