Dossier Mobiliteit

Buitenlandse vrachtwagens: het dubbele leed van onbetaalde facturen

21/06/2019

Als er geen bijstandsverzekering is, moet de takelaar de factuur rechtstreeks naar de eigenaar van het betrokken voertuig sturen, in België of in het buitenland. Hij beschikt echter over weinig middelen om de weigeraars te doen betalen en moet de achtergelaten voertuigen op zijn kosten stallen.

Tijdens een interventie “moet de takelaar de factuur naar de verstoorder sturen als hij gekend is”, verduidelijkt Michel Gillard, algemeen secretaris van TRAXIO Road Support. Om te verkrijgen dat zijn werk betaald wordt, is de eerste opdracht van de takelaar dus om de eigenaar van het verwikkelde voertuig te identificeren, wat niet altijd eenvoudig is. “Het is al gebeurd dat de takelaar van de overheden, voor alle informatie, enkel de naam van de bestuurder krijgt en de naam van zijn dorp in Oost-Europa.” 

De kosten beperken 

De takelaar richt vervolgens de factuur tot de eigenaar. “Gelukkig gaat het goed in 90 % van de gevallen”, stelt Marc De Wilde, zaakvoerder van Takelbedrijf Gebroeders De Wilde zich positief op. “Maar we voelen ons volstrekt machteloos als we weigeraars moeten doen betalen. Wettelijk gezien is er niets voorzien, wat ons in theorie verplicht om de voertuigen die misschien nooit opgeëist zullen worden, levenslang bij te houden. De kost van de stalling komt zo bovenop de onbetaalde factuur.” Het gebeurt dat sommige takelaars hun geduld verliezen en de kosten stopzetten. Als ze zich ontdoen van het achtergelaten voertuig (of het wrak) – met naleving van de recyclageketen – stelt de takelaar zich bloot aan een juridisch risico als de eigenaar daarna zijn voertuig opeist. TRAXIO Road Support pleit dus voor het invoeren van een procedure waarmee de takelaar de door hun eigenaars achtergelaten voertuigen niet langer dan zes maanden moeten bewaren. 

Geen retentierecht 

“De betaling van de interventies waarbij buitenlandse vrachtwagens betrokken zijn, stelt eveneens te vaak problemen”, stelt Frédéric Jourdan vast, zaakvoerder van Groupe Jourdan en Franstalig vicevoorzitter van TRAXIO Road Support. “De verliezen kunnen groot zijn. We werden recent gevraagd voor de sleping van een Bulgaarse vrachtwagen met een Belgische aanhangwagen die in een ravijn gevallen was. Wij zijn overgegaan tot de signalisatie, de sleping van het voertuig en we hebben de volledige lading aan frisdranken opgekuist met zeven mensen. Met alle kosten inbegrepen bedroeg de volledige rekening 31.000 euro. Vermits de factuur onbetaald bleef, hebben we de zaak voor het gerecht gebracht, maar we hebben weinig hoop omdat de procedures zo ingewikkeld zijn, vooral wanneer er een ander land betrokken is.”

Dit soort toestanden is niet zeldzaam. “Sommige transportfirma’s hebben enkel een postbus in België en verdwijnen bij het eerste probleem. En we krijgen helaas geen steun van de overheden. Wij zijn actief in België en in Luxemburg. De wetgevingen zijn vrij gelijkaardig, maar de toepassing is volledig verschillend. In Luxemburg geeft de politie een boete en neemt ze de papieren in beslag als een voertuig het verkeer blokkeert. De eigenaar krijgt ze pas terug nadat hij de factuur voor de interventie van de takelaar betaald heeft. In België geeft de politie de papieren meteen terug aan de bestuurder en de takelaars hebben geen enkel retentierecht op het voertuig.”

Wettelijk gezien is de takelaar verplicht om het voertuig terug te geven aan zijn eigenaar, zelfs als die de factuur niet betaald heeft. “De politiek moet begrijpen dat we betaald moeten worden. En hoe talrijker we zijn bij TRAXIO Road Support, hoe luider we onze stem kunnen laten horen”, benadrukt Frédéric Jourdan.

 

Foto Freeimages Miroslav Saricka