Dossier Burgerlijke bouwkunde en lift-trucks Land- en tuinbouwmaterieel Automaterialen en gereedschappen Mobiliteit

De weg naar homologatie en inschrijving

Sinds enkele jaren hebben de carrossier-constructeurs te maken met het nieuwe Europese gelijkvormigheidsattest of ‘Certificate of Conformity’.  Enkel COP-erkende carrosseriebouwers kunnen dergelijke attesten of certificaten afleveren. Het verkrijgen van deze erkenning vergt wel wat administratief werk en ook inzicht in de materie…  Luc Schets, algemeen secretaris van TRAXIO Construct en specialist in homologatie, weet er meer over.

Elk voertuig dat wordt ingeschreven moet een Europese of Nationale goedkeuring hebben. Anders uitgedrukt: elk voertuig moet gehomologeerd zijn en op basis daarvan kan de constructeur een gelijkvormigheidsattest uitreiken. Dat is het basisprincipe.

Over COP en COC

Elk voertuig dat een autofabrikant levert is gehomologeerd, maar vanaf het ogenblik dat het voertuig achteraf door een gespecialiseerd bedrijf wordt aangepast of omgebouwd, moet er een bijkomende homologatie gebeuren. Een voorbeeld maakt veel duidelijk. Een constructeur zoals Mercedes bouwt een chassis-cabinevoertuig en dat is gehomologeerd. Het voertuig wordt daarna aan een carrossier-constructeur geleverd die er een laadkast opbouwt. Op dat moment veranderen heel wat eigenschappen van het voertuig. De meest voor de hand liggende zaken zijn het gewicht, het laadvermogen, de afmetingen…

In die omgebouwde vorm mag het voertuig enkel worden ingeschreven als er een aangepaste of bijkomende homologatie gebeurt waarin de aanpassingen verwerkt zijn. Op dat moment spreken we van een meerfasengoedkeuring. De carrossier-constructeur is van plan om meerdere voertuigen van hetzelfde merk en type op een gelijkaardige manier om te bouwen, dan kan het ombouwbedrijf een seriematige goedkeuring aanvragen. Gaat het om een unieke ombouw, dan vraagt de carrossier-constructeur een Individueel Goedkeurings Certificaat (IGC) aan.

Katleen Vander Veken, bestuurslid bij TRAXIO en zaakvoerster van Cargo Service, voegt daar nog aan toe: “Belangrijk is dat een carrossier-constructeur een COP-erkenning heeft. Dat staat voor ‘Conformity of Production’ en is een kwaliteitssysteem dat de overheid toekent. Dat laat toe om wagens te laten homologeren en te voorzien van een nieuw gelijkvormigheidsattest na de ombouw.”

Restantenlijst

Een voertuig dat een homologatie krijgt, moet aan bepaalde criteria voldoen qua bijvoorbeeld afmetingen, verlichting, veiligheid en milieu. Die voorschriften of technische eisen kunnen uiteraard door de tijd heen evolueren. Dat is zeker het geval wat de emissie betreft. Dat kan wel een probleem zijn voor een carrossier-constructeur om de eenvoudige reden dat er toch wat tijd overgaat tussen de levering van een incompleet voertuig en de dag waarop het voertuig voltooid is, zeg maar omgebouwd is. Zo kan het zijn dat een incompleet voertuig nog voldoet aan de gestelde emissienormen maar dat niet meer doet op het moment dat het als een voltooid voertuig de werkplaatsen van de carrossier-constructeur verlaat.

Gelukkig is er in die situaties een overgangsregel toegestaan maar die geldt enkel als er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Als het incomplete voertuig bij de carrossier-constructeur wordt geleverd, moet het gededouaneerd worden om te bewijzen dat het voertuig op het moment van levering aan de carrossier-constructeur nog conform was aan de toen geldende technische voorschriften. Dan kan dat voertuig op een zogenaamde restantenlijst worden geplaatst en die lijst moet aan de overheid kenbaar worden gemaakt. Als dat gebeurd is, dan kan het voertuig in afgewerkte vorm tot 18 maanden (of 12 maanden naargelang het geval) na de deadline van de verandering van de technische voorschriften toch nog worden ingeschreven. 

WLTP en emissies

Vanaf 1 september 2019 mogen voertuigen N1 klasse II en III en N2 enkel nog nieuw worden ingeschreven als ze WLTP-conform zijn. WLTP is de afkorting van ‘Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure’. Het gaat om een nieuwe testprocedure die de vroegere NEDC-testen vervangt. Tijdens de test wordt een rit gesimuleerd en aan de hand daarvan worden de emissies gemeten. Met de gemeten CO2-uitstoot wordt het brandstofverbruik berekend en zo wordt het zogenaamde normverbruik bekomen. Tegelijk worden ook schadelijke deeltjes (roet, fijnstof) en kwalijke gassen zoals HC, CO en NOx gemeten en die mogen de limieten van de dan geldende Euronorm niet overschrijden.

Al sinds jaar en dag wijst de gespecialiseerde pers erop dat de resultaten van de NEDC-testen ver van de werkelijkheid staan en zo ‘optimistische’ resultaten opleveren. Dat geldt vooral voor de CO2-emissie en het daaraan gekoppelde normverbruik. Het verschil tussen test en realiteit kwam nog eens extra in de belangstelling in de nasleep van dieselgate. Daarom is de meer realistische WLTP-test ontwikkeld. Dit levert meetwaarden op die dichter bij de realiteit staan. Alle nieuwe voertuigen moeten nu die nieuwe testprocedure ondergaan.

Vanaf 1 september 2019 mogen enkel zware voertuigen ingeschreven worden die aan Euro VI D voldoen. Om te zien of een basisvoertuig daaraan voldoet moet het typegoedkeuringscertificaat worden geraadpleegd. Onder punt 48 van de rubriek ‘milieuprestaties’, staat het nummer van de basisverordening en van de laatste wijzigingsverordening die van toepassing is voor de typegoedkeuring van de uitstoot. Vanaf 1 september 2019, worden enkel nog voertuigen met de letter ”D” toegelaten.

VECTO

Zoals je in de eerste pagina's van dit bestand leest, wil de Europese Commissie een systeem introduceren waardoor het mogelijk is verschillende vrachtwagens en bussen met elkaar te vergelijken op het gebied van de emissies en het verbruik. Omdat dergelijke voertuigen enorm kunnen verschillen qua uitvoering is een simulatieprogramma ontwikkeld waarmee de CO2-uitstoot en het verbruik kan berekend worden tijdens verschillende gebruiksomstandigheden. Dit berekeningsprogramma heet VECTO. Afhankelijk van het type voertuig zijn de zogenaamde VECTO-waarden, die een resultaat zijn van deze berekening, verplicht vanaf 1 juli 2019, 1 januari 2020 en 1 juli 2020. Deze waarden zijn verplicht voor voertuigen categorie N2 met een MTM (technisch toelaatbare maximum massa) van meer dan 7,5 ton en voor voertuigen van de categorie N3. Tot nu toe worden de VECTO-waarden enkel verplicht bij de homologatie van het basisvoertuig en moeten dus door de fabrikant van het basisvoertuig worden meegegeven. De carrossier-constructeur, die gebruikmaakt van een meerfasengoedkeuring, moet nog geen eigen VECTO-waarden berekenen. Wel moet het basisvoertuig gehomologeerd zijn met VECTO-waarden.

 

Vijf veel gestelde vragen

1. Wat is COC? Deze drie letters staan voor ‘Certificate of Conformity’, wat zoveel betekent als ‘Europese Typegoedkeuring’.

2. Wat is een basisvoertuig? Elk voertuig dat door een autofabrikant wordt geleverd en als basis dient voor een opbouw of ombouw door een erkend carrossier-constructeur. Het meest voor de hand liggende voorbeeld daarvan is een chassis-cabinecombinatie. Een basisvoertuig moet een Europese Typegoedkeuring hebben. In een later stadium, na ombouw, evolueert het basisvoertuig tot de status van ‘voltooid voertuig’.

3. Wat is een voltooid voertuig? Elk voertuig dat door de carrossier-constructeur in zijn definitieve vorm wordt afgeleverd en klaar is voor inschrijving en gebruik. Een voltooid voertuig heeft een meerfasengoedkeuring ondergaan met eerst een goedkeuring als basisvoertuig en dan uiteindelijk een goedkeuring als voltooid voertuig.

4. Wat is een incompleet voertuig? Elk voertuig dat nog minstens één voltooiingsfase moet ondergaan.

5. Meer weten? Homologatie is een complexe materie en soms blijf je met vragen zitten. Wie meer wil weten, kan terecht bij TRAXIO en vragen naar Luc Schets of Jeroen Caerts. TRAXIO verzamelt niet enkel informatie over homologatie maar vervult ook een bemiddelende rol met de verschillende overheidsinstanties. Voor extra informatie kan u ook terecht op de site www.homologatie.be