Dossier Automaterialen en gereedschappen Mobiliteit

Dossier LPG en CNG: hoe zit het met het tanken?

Het aantal plaatsen waar je aardgas kan tanken blijft toenemen. Zopas is het 100ste CNG-station in België geopend. Didier Hendrickx (woordvoerder van de Koninklijke Vereniging van Belgische Gasvaklieden) en Stephan Uhoda (voorzitter Groepering Service Stations/TRAXIO) geven toelichting.

In 2014 waren er nauwelijks een 20-tal plaatsen waar je aardgas kon tanken. Pas in 2015 werd een eerste CNG-station in Wallonië geopend. “Nu zijn er precies 100 CNG-stations en binnen de kortste keren komen er daar nog eens 40 bij. Er zijn ook nieuwe spelers. Vroeger was het vooral DATS 24 dat de toon aangaf maar nu zijn er ook Q8, Enora en PitPoint”, zo verduidelijkt Didier Hendrickx. De toename van het aantal CNG-stations loopt parallel met de stijging van het aantal CNG-auto’s. In 2016 waren dat er 650, nu zijn er 11.400 auto’s die op aardgas rijden. Het toenemend aanbod van CNG-modellen is daar niet vreemd aan. Op dat gebied zijn de belangrijkste constructeurs de Volkswagen Groep, Fiat, Opel en SsangYong. Uiteraard spelen ook incentives van de overheid mee zoals de vrijstelling van de rijbelasting en BIV. 

Minder LPG 

Volgens Stephan Uhoda zijn er nog altijd meer tankstations die LPG aanbieden, een 500-tal,  maar hun aantal daalt. “Daar zijn verschillende verklaringen voor. LPG is minder populair dan in het verleden. Bovendien neemt vooral in Wallonië het aantal tankstations in het algemeen af en dus ook het aantal plaatsen waar je LPG kan tanken. In Vlaanderen is er het VLAREM dat strenge milieu- en veiligheidseisen stelt. Om aan VLAREM te voldoen moeten ernstige investeringen worden gedaan en heel wat uitbaters zien dat niet zitten, te meer omdat het wagenpark met LPG eerder krimpt dan toeneemt.” 

Investeren 

Het zou verkeerd zijn te denken dat een CNG-station geen investeringen vergt. De meeste stations, een zogenaamde ‘fast-fill station’, nemen hun gas van het net maar het station moet voorzien zijn van een compressor om het gas samen te drukken. Om het tanken, dat slechts een aantal minuten duurt, snel te kunnen laten verlopen, is het tankstation ook voorzien van een bufferzone waar 0,5 tot 9,9 m³ gecomprimeerd gas kan worden opgeslagen. Het mag duidelijk zijn dat dit om ernstige investeringen vraagt. Het verklaart ook waarom de meeste CNG-stations in de buurt staan van het beschikbare gasnetwerk. Levering via vrachtwagens is ook mogelijk voor afgelegen stations.

Het tanken van CNG kan ook thuis of in het bedrijf via een aangepaste installatie (slow-fill) die op het gasnetwerk is aangesloten. Bij deze kleinere installaties is geen bufferzone voorzien om de kostprijs te drukken. Het tanken verloopt dan wel aanzienlijk trager en kan enkele uren duren.

Als alternatief voor het comprimeren, kan het aardgas ook vloeibaar worden gemaakt en dan spreken we van LNG (Liquified Natural Gas). Het koelen gebeurt bij -162 °. Daardoor wordt het volume 600 keer kleiner en kan op die manier een grote hoeveelheid worden opgeslagen in speciale tanks. LNG wordt dan vervoerd in speciale thermisch geïsoleerde tankwagens.

Bij vrachtwagens op aardgas kan LNG het probleem van de beperkte autonomie oplossen. In een LNG-tank kan drie keer meer energie worden opgeslagen dan in een CNG-reservoir, zodat de waarden van de traditionele dieselvrachtwagen worden benaderd.