Actualiteit Mobiliteit

Het mobiliteitsbudget: een killer voor de bedrijfswagen?

Het mobiliteitsbudget moet de bedrijfswagengebruiker meer keuzevrijheid geven en alternatieven voor autogebruik bevorderen. Wat is de mogelijke impact op de autosector in ons land?

De nieuwe wet bepaalt dat een werknemer, mits uitdrukkelijk akkoord van de werkgever, een aanvraag kan doen om zijn of haar bedrijfswagen in te ruilen voor een budget dat overeenstemt met de totale jaarlijkse kostprijs van het voertuig voor de werkgever. Dat budget kan dan besteed worden aan één of meerdere “pijlers”, die vrij te combineren zijn.  Zelfstandigen en zelfstandige bedrijfsleiders zijn uitgesloten van het systeem. Werknemers die nieuw zijn of in een functiecategorie terechtkomen die recht geeft op een bedrijfswagen, kunnen meteen voor het mobiliteitsbudget kiezen.

De eerste pijler is een andere, groenere en goedkopere bedrijfswagen die voldoet aan de laatste Euronorm en, indien ingezet in 2019, maximaal 105 gr CO2/km mag uitstoten (in 2020 100 gr/km en vanaf 2021 nog 95 gr/km). Op dit voertuig is de gewone bedrijfswagenfiscaliteit dan van toepassing.

De tweede pijler bestaat uit een aantal ‘duurzame’ vervoermiddelen: het gaat om openbaar vervoer, fietsen, deelauto’s, klassieke huurwagens voor maximaal 30 dagen per jaar, elektrische motorfietsen etc. Maar ook huurkosten voor een woning of intresten van een hypothecair krediet, voor werknemers die minder dan 5 km van hun werkplaats (gaan) wonen, komen in aanmerking.

Als er na die twee pijlers nog iets overblijft, dan wordt dit op het einde van het jaar uitbetaald mits toepassing van RSZ (37,07 %). Dit bedrag is vrijgesteld van personenbelasting. 

Gevolgen voor de sector 

Uit eerdere bevragingen weten we dat ongeveer 20 % van de bedrijfswagengebruikers een mobiliteitsbudget wil overwegen. Dat betekent uiteraard nog niet dat de werkgever hiermee akkoord gaat of dat men na de eerste afweging ook effectief overschakelt. Hoeveel mensen ook nog een auto mee zouden opnemen is moeilijker te voorspellen gezien de exacte modaliteiten pas recent bekend gemaakt zijn.

Er zijn vandaag naar onze schatting 400.000 werknemers die met een ‘salariswagen’ rijden, dus voornamelijk woon-werk en privékilometers rijden.  We spreken dus mogelijk over enkele tienduizenden auto’s die zouden verdwijnen of omgeruild worden voor een goedkoper model. Als dit werkelijk een succes wordt, dan zal de impact echter zeer geleidelijk zijn, gezien we mogen verwachten dat werkgevers niet snel zullen overgaan tot voortijdige stopzetting van leasecontracten of verkoop van eigen voertuigen. 

Opportuniteiten 

Stellen dat de mobiliteitswereld in beweging is, is een open deur intrappen. Daarom is het vooral nuttig ons te focussen op wat er in de plaats komt: meer vraag naar voertuigen met lage CO2-uitstoot, naar tijdelijke oplossingen (deel- en huurwagens, ...), en meer behoefte aan tweewielers en aan beheerssystemen voor mobiliteit.

De bedrijfswagen zal met deze maatregel wellicht niet verdwijnen, wel groener worden en ingezet worden in flexibelere oplossingen. 

Wie deze diensten en mobiliteitsmiddelen op een goede manier kan aanbieden komt wellicht als winnaar uit deze verandering.