Actualiteit Mobiliteit

Inbeslagname van vervangwagens: voertuig verzekerd?

10/05/2019

De wetgever heeft in verband met inbeslagname van voertuigen meerdere maatregelen genomen. In dit artikel geven we een overzicht van de doorgevoerde wijzigingen.

Artikel 20 van de Wet op de verplichte autoverzekering bepaalt dat elke gerechtelijke politieagent of bevoegde ambtenaar van de overheid het recht heeft om een voertuig te immobiliseren en/of in beslag te nemen wanneer er reden is om aan te nemen dat het voertuig niet is verzekerd.

Sommige politiediensten schijnen daarnaast ook een aanbeveling van het parket op de letter toe te passen. Die aanbeveling schrijft voor dat er binnen de twee weken een groene kaart moet aangemaakt worden voor een periode van minstens twee maanden voor het aldus stilgelegde voertuig, en dat op straffe van definitieve inbeslagname. Hier komen ook nog opslagkosten bij.

Maar artikel 56 van de nieuwe verplichte minimumverzekeringsvoorwaarden gepubliceerd door het Koninklijk Besluit van 18-04-2018 en automatisch van toepassing op alle verzekeringscontracten sinds 12-05-2018, voorziet in situaties waarin een tijdelijk vervangend voertuig perfect verzekerd blijft door de verzekeringspolis van het niet-beschikbare voertuig, zonder aangifte bij de verzekeraar.

De volgende regels zijn hierbij van toepassing en dat, krachtens de nieuwe bepalingen, ook op professionals in de automobielsector:

  1. Het vervangende voertuig is van hetzelfde type en gebruik als het niet beschikbare voertuig. Het is dus niet toegestaan om een auto te vervangen door een bestelwagen of omgekeerd.

  2. Zonder kennisgeving aan de verzekeraar is vervanging enkel mogelijk als het eigenlijke voertuig tijdens de werkelijke onbeschikbaarheidsperiode daadwerkelijk niet beschikbaar is, met een absoluut maximum van 30 dagen. De enige gevallen van onbeschikbaarheid die zijn toegestaan zijn: onderhoud, installaties, herstellingen, technische controles of totaal technisch verlies.

  3. Het vervangende voertuig moet toebehoren aan een derde die geen nauwe verwant is van de verzekeringnemer.

  4. De verzekerde bestuurders zijn beperkt. De burgerlijke aansprakelijkheid is enkel gedekt voor:

    1. de eigenaar van het stilliggende voertuig
    2. de verzekeringnemer of, in het geval van een rechtspersoon, de gemachtigde bestuurder van het stilliggende voertuig
    3. de personen die onder hetzelfde dak leven als de voorgenoemde verzekerden
    4. elke persoon wiens naam is vermeld in het contract

Blijft nog het ontbreken van een registratie, dat door strafrechtelijke sancties zal worden bestraft. Bovendien moet ervoor worden gezorgd dat het vervangende voertuig in goede staat verkeert, om te voorkomen dat de verzekeraar verhaal kan nemen op de veroorzaker van de schade. Dit verhaal kan maximaal € 31.000 bedragen en is enkel mogelijk als de toestand van het voertuig verband houdt met het ongeval.

Tot slot zal een schriftelijke verklaring van de garage waarin de stilstand van het voertuig in zijn vestigingen wordt bevestigd, de twijfels van de politiediensten tijdens een inspectie wegnemen.

Conclusie: Hoewel de verplichte autoverzekering de verzekerden beschermt tegen schade aan anderen in geval van dringende en noodzakelijke vervanging onder de bovengenoemde voorwaarden, zijn deze voorwaarden zo streng dat het zeker professioneler is om een regelmatig geregistreerde en verzekerde vervangwagen ter beschikking te stellen. Bovendien is dit type vervanging zonder voorafgaande kennisgeving niet van toepassing op de verzekering tegen schade aan het vervangende voertuig, zoals de dekking van Omnium of Brand, Diefstal, Glasbreuk, enz.

Meer info:

Laurent HANS

M: 0475/660.920

E-mail: laurent.hans@willistowerswatson.com