Dossier Mobiliteit

Opleiding & tewerkstelling: imagoboost technicus

Garagebedrijven, carrossiers en carrossier-constructeurs kampen met hetzelfde probleem. Het is moeilijk om technisch onderlegd personeel te vinden. De beroepen van technicus en metaalbewerker kampen met een imagoprobleem. Ten onrechte, vinden de mensen die in het technisch onderwijs staan.

Bij de technische beroepen in de autobranche moet een onderscheid worden gemaakt tussen de metaalbewerkers die vooral in constructiebedrijven worden gezocht, de carrossiers en de technici. Het zijn aparte bekwaamheden. Wat die beroepen wel gemeen hebben, is dat de vacatures moeilijk ingevuld raken. Nu zijn er nog bekwame mensen in dienst maar die zijn vaak tussen de 40 en 50 jaar. Hoe zullen die ooit kunnen vervangen kunnen worden als ze binnen 10 jaar met pensioen gaan? 

Zwarte handen 

Maar hoe zit het dan met de technici? Pol Toye, opleidingshoofd ‘automotive management’ bij Vives in Kortrijk, wijst op het imagoprobleem: “Het beroep van technicus, ongeacht of hij of zij aan auto’s, vrachtwagens of landbouwmachines werkt, wordt verkeerd ingeschat. Heel wat mensen schatten een TSO-opleiding lager in dan een ASO-opleiding. Dat is ten onrechte. Het beroep van technicus wordt ook nog geassocieerd met de fameuze ‘zwarte handen’ en ook dat is ten onrechte. De voertuigen die nu in de werkplaats komen, zijn technologisch vooruitstrevend en dat maakt het beroep enkel maar interessanter. Een goede diagnose kunnen stellen, is cruciaal en dat gebeurt vandaag helemaal anders dan pakweg 20 jaar geleden.”

Die technologie zal nog verder oprukken met de komst van meer elektrische en hybride voertuigen. Ook in de schadeherstelbedrijven zet de technologie zijn opmars verder. Er zijn nieuwe hechtingstechnieken zoals het verlijmen en het rivetteren. Er worden ook nieuwe materialen gebruikt zoals aluminium, koolstof en andere kunststoffen. Dat vergt nieuwe hersteltechnieken en maakt dat het beroep van technicus en carrossier alsmaar voor meer uitdagingen zorgt. 

Wisselen van opleiding 

Het onderwijs doet alleszins zijn best om de instroom van leerlingen voor de opleiding van technisch georiënteerde beroepen te vergemakkelijken. Bij Campus De Nayer in Sint-Katelijne-Waver, nabij Mechelen, is een van de opleidingen die van bachelor in de autotechnologie. Jaarlijks schrijven er zich tussen de 100 en 120 leerlingen in. Allen hebben ze met succes hun humaniora doorlopen maar dat is dan ook bijna de enige gelijkenis. Wouter Lutin, opleidingsmanager, geeft daarbij meer duiding: “De leerlingen die zich inschrijven hebben uiteraard interesse voor de autosector en willen daarin een carrière uitbouwen. Ook hebben ze met succes hun humaniora achter de rug maar hun vooropleiding kan heel verscheiden zijn. Sommigen volgden ASO. Anderen TSO of BSO. In het eerste jaar van de opleiding ‘autotechnologie’ maken we dat we gemengde groepen hebben, met een verschillende basisopleiding dus. Terwijl de enen zich verder kunnen verdiepen in bepaalde vakken, kunnen de anderen als het ware bijbenen. Tussentijds zijn er ook evaluaties voorzien, zodat de studenten weten hoe ver ze staan. Omdat de groepen gemengd zijn, is het zo dat de leerlingen ook veel van elkaar leren en zich als het ware aan elkaar optrekken.” Ook bij Vives in Kortrijk worden de bacheloropleidingen gevolgd door leerlingen die een verschillend type van secundair onderwijs hebben gevolgd.