Persberichten Mobiliteit

Wie zal nog sleutelen aan de elektrische voertuigen van morgen?

Moeilijke aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt in de garage- en koetswerksector door een gebrek aan basiskennis elektriciteit bij jongeren in hun laatste jaar secundair onderwijs

De garage- en koetswerksector investeert fors in de bijscholing van zijn techniekers én in de bijscholing van jongeren en hun lesgevers. Deze laatste investering rendeert ondermaats. Slechts één jongere op tien slaagt voor de proef basiselektriciteit die de sector organiseert in het laatste jaar secundair onderwijs. De meeste jongeren missen dus de essentiële basiscompetenties op het vlak van elektriciteit en zullen het dus heel moeilijk hebben om de noodzakelijke bijscholing in de eerstvolgende jaren in een mobiliteitsbedrijf te volgen. 

Het (bescheiden) marktaandeel van elektrische voertuigen is in opmars omdat de klimaatnormen autoconstructeurs verplichten om sterk in te zetten op milieuvriendelijke mobiliteit. Vanaf 2020 gelden immers strengere Europese CO2-normen. Verwacht wordt dat enkele van de klassieke hinderpalen voor de elektrische wagen, zoals een te hoge aankoopprijs en een te beperkt aanbod, hierdoor geleidelijk zullen verdwijnen. 

De garage- en koetswerksector evolueert mee en investeert dan ook zwaar in opleiding om al zijn medewerkers bij of om te scholen in het veilig onderhouden en herstellen van hybride en elektrische voertuigen (HEV). De  elektronisch gestuurde aandrijfsystemen van hybride en elektrische voertuigen verlangen een andere benadering en diagnose, maar ook conventionele voertuigen zitten boordevol elektronica. Daarnaast zullen er in toekomst ook meer en meer elektrische fietsen onderhouden en hersteld moeten worden.

De sector kampt met knelpuntberoepen. Het verbeteren van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt kadert dan ook in de strategie van de sector om de instroom van medewerkers te verbeteren. Voor een aantal beroepen (onderhoudsmecanicien, polyvalent mecanicien, onderhouds- en autodiagnosetechnicus, voorbewerker, plaatwerker en spuiter) kunnen jongeren in het onderwijs hun theoretische en praktische kennis en kunde bewijzen op het einde van hun opleidingscyclus als zij deelnemen aan de sectorale proeven. De slaagpercentages tonen sinds 2014 aan dat 9 op 10 jongeren in hun laatste jaar secundair onderwijs de essentiële basiscompetenties op het vlak van elektriciteit en elektronica missen. De investering van de sector van meer dan 100.000 euro op jaarbasis in de basisopleiding rond elektriciteit voor lesgevers en jongeren is dan ook moeilijk verdedigbaar. Auto-elektriciteit is een behoorlijk abstract gegeven, maar toch scoren de jongeren in systemen van alternerend leren (zoals vb. duaal leren) aanzienlijk beter. Dit is grotendeels te danken aan het feit dat de aansluiting tussen theorie en praktijk beter gegarandeerd wordt in een vruchtbare samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Het ontbreken van de evidente basiscompetentie op het vlak van elektriciteit zet een rem op de instroom van jongeren in de garage- en koetswerksector, heeft mogelijk een negatieve impact op de werkbaarheid van de huidige medewerkers in de sector maar is vooral een gemiste kans voor deze jongeren. Daarom omarmt de sector de mogelijkheid om vanaf dit schooljaar bilaterale overeenkomsten te sluiten met individuele scholen. In Vlaanderen evenals in Wallonië hebben zich al een tiental scholen aangemeld om in te stappen in deze samenwerking.

TRAXIO roept als werkgeversfederatie van de autosector en aanverwante sectoren onderwijs echter ook op om op korte termijn (samen met de sector) naar oplossingen te zoeken zodat alle jongeren deze basiscompetentie onder de knie kunnen krijgen.

Contactpersonen:

Nadia Van Nieuwenhuijsen0478/78.17.19

André Sommereyns - 0473/77.77.93

Foto: Milky